Een tweede huis aanschaffen klinkt als een logische stap als je overwaarde hebt opgebouwd op je huidige woning of spaargeld achter de hand hebt. Toch kijken banken en hypotheekverstrekkers met een andere bril naar deze aanvraag. Het uitgangspunt van de geldverstrekker is simpel: als iemand in financiële problemen komt, zal diegene er alles aan doen om het eerste huis te behouden. Een tweede woning wordt in zo'n situatie als eerste verkocht.
Omdat banken dit type vastgoed als een hoger financieel risico zien, gelden er striktere voorwaarden:
Lagere maximale lening: Waar je voor een hoofdverblijf vaak tot 100 procent van de marktwaarde kunt lenen, financieren banken voor een tweede huis meestal maar 70 tot 80 procent van de marktwaarde.
Substantieel eigen geld vereist: De resterende 20 tot 30 procent van de koopsom moet je met eigen middelen financieren. Daar komen de bijkomende aankoopkosten nog bovenop.
Hogere risico-opslag op de rente: Banken berekenen voor een tweede woning vaak een rente-opslag van 0,5 tot 1,5 procent bovenop de standaard hypotheekrente.
Wie een tweede woning wil aankopen, heeft twee mogelijkheden om de financiering rond te krijgen. De eerste optie is het afsluiten van een specifieke hypotheek op de nieuwe woning zelf. Niet elke bank biedt deze mogelijkheid, en de voorwaarden verschillen sterk per aanbieder en gebruiksdoel. Wil je vooraf exact weten welke richtlijnen banken hanteren? Ontdek dan precies hoe een hypotheek voor een tweede huis in elkaar steekt en welke opties er zijn voor jouw persoonlijke situatie.
De tweede en veelgebruikte optie is het benutten van de overwaarde op je huidige hoofdverblijf. Als jouw eerste huis in de afgelopen jaren flink in waarde is gestegen, kun je je bestaande hypotheek verhogen of een tweede hypotheek op je eigen woning afsluiten. Met het vrijgekomen geld kun je de tweede woning vervolgens gedeeltelijk of helemaal financieren.
Om de belangrijkste verschillen overzichtelijk op een rij te zetten, vergelijken we de voorwaarden en fiscale spelregels van beide situaties:
Het fiscale aspect van een tweede woning vraagt om extra aandacht. Omdat het huis niet dient als je hoofdverblijf, valt het pand in Box 3 (sparen en beleggen). Hierdoor heb je geen recht op hypotheekrenteaftrek in Box 1. De waarde van het tweede huis wordt opgeteld bij je vermogen in Box 3. De hypotheekschuld die op de woning rust, mag je hier gelukkig wel als schuld tegenover zetten, waardoor je belastbaar vermogen lager uitvalt.
Daarnaast is de overdrachtsbelasting voor een tweede woning fors. Wie een huis koopt waarin hij en zij niet zelf permanent gaat wonen, betaalt het algemene tarief van 10,4 procent. Bij een woning van € 300.000 betekent dit direct € 31.200 aan belasting bij de notaris.
Niet elk pand komt zomaar in aanmerking voor een hypotheek. Banken eisen dat de woning 'aard- en nagelvast' op eigen grond staat en een degelijke betonfundering heeft. Verplaatsbare chalets of stacaravans worden door reguliere geldverstrekkers niet gefinancierd. Ook kijken gemeenten scherp naar de bestemming; permanente bewoning van recreatiewoningen is op veel locaties niet toegestaan. Lees hierover meer bij woonplannen in de regio.
Gebruik je de woning puur voor jezelf en je familie? Dan toetst de bank je aanvraag op je persoonlijke inkomen. Wil je het pand (deels) verhuren aan vakantiegangers of vaste huurders? Dan heb je een speciale verhuurhypotheek nodig met aangepaste voorwaarden. Een tweede huis is een prachtig bezit dat veel plezier en rendement kan opleveren, mits je vooraf je financiële ruimte scherp in kaart brengt.