Laatste poging om verbouwing Brands te realiseren: 'Geven ons tot eind 2024'

Hank Peters bij de expositie Een Koninklijk Leven Foto: RTV Drenthe / Rien Kort

2024 wordt het jaar van de waarheid voor Museum Collectie Brands. De plannen voor een grootschalige verbouwing van het onderkomen in Nieuw-Dordrecht wordt andermaal uitgesteld. Voor de laatste keer, dat wel, onderstreept voorzitter Hank Peters. "Als we dit jaar de financiën niet rond krijgen, dan stoppen met de poging daartoe."

Even terug naar 2022. Brands maakte toen bekend het museum drastisch te willen uitbreiden. De meest opvallende onderdelen van het plan waren de aanleg van een glazen corridor en een verbouwing aan de achterzijde van het museum. Er zou een nieuwe horecaruimte verrijzen naast het gebouw in de vorm van een klassieke koffiemolen.

Het huidige museumcafé zou vervolgens worden aangetrokken bij de bestaande expositieruimte. Een openluchttheatertje in het bosje achter Brands behoorde ook tot de plannen. Totale kosten: een miljoen euro, waarvan Brands zelf bijna de helft (vier ton) uit eigen zak zou betalen.

Koffiemolencafé geschrapt

Deadlines voor de start van de verbouwing kwamen en gingen. De laatste keer verwachtte Peters dit voorjaar de schop de grond in te kunnen doen. Maar andermaal moet het museum de plannen op de lange baan schuiven.

De voornaamste reden zijn de financiën. "We hebben de plannen opnieuw tegen het licht gehouden. Deze maand verwachten we met een nieuwe berekening te komen die naar verwachting twee tot drie ton lager uitvalt dan het oorspronkelijke bedrag."

Om dit te realiseren is het koffiemolencafé geschrapt. In plaats daarvan zet het museum nu in op een extra expositiezaal. De glazen corridor en het theatertje staan nog wel overeind. Peters: "Fondsen zien er weinig in om te investeren in een horecafunctie. Vandaar die aanpassing."

Verdampt

Wat betreft de eigen reserves is het museum ook terug bij af. De vier ton die oorspronkelijk op de plank lag, is volledig verdampt. Volgens Peters is het geld gebruikt om de coronacrisis, de gestegen energiekosten en de verhoogde personeelslasten het hoofd te bieden. Daarnaast is er geïnvesteerd in verduurzaming van het pand door middel van onder meer ledverlichting en warmtepompen.

Peters: "We hebben veel uit de reserve moeten halen. We moeten daarom opnieuw beginnen wat het geld betreft. We gaan dit jaar de boer op bij fondsen, sponsoren en andere instanties. We geven onszelf tot het einde van dit jaar." Een mogelijke verbouwing zou dan pas in 2025 kunnen plaatsvinden, schat Peters in.

Terug naar vrijwilligersorganisatie

Maar wat als er niet voldoende geld in het laatje komt? Wat dan? "In dat geval staken we met de pogingen om deze uitbreiding mogelijk te maken."

Naar alle waarschijnlijkheid wordt Collectie Brands dan weer wat het ooit was: een vrijwilligersorganisatie, aldus Peter. Zonde en bovendien een uitkomst die regelrecht indruist tegen de ambitie van het museum om door te groeien naar 10.000 bezoekers. Over 2023 passeerden overigens 5000 mensen de deur bij Brands. Een stijgende lijn in vergelijking met voorgaande jaren, aldus Peter. "En die zet ook nu nog steeds door."

Plafond

Vorig jaar deed Brands nog een poging om een extra subsidie van bijna een ton los te peuteren bij de gemeente. Met het bedrag wilde Brands een deel van de verbouwing en het aanblijven van twee betaalde krachten realiseren. De aanvraag werd afgewezen.

Brands ontvangt al een jaarlijkse bijdrage van rond de 70.000 euro per jaar. Hoger dan andere lokale voorzieningen, oordeelde de gemeente. En daarmee was ook het plafond voor Brands wel bereikt.

Toegevoegde waarde

Peters reageert daar kritisch op. Hij ziet ook hoe de gemeente andere culturele instanties zoals het Van Gogh Huis in Veenoord en het Veenpark in Barger-Compascuum ondersteunt bij hun professionaliseringsslag.

Wat als zij uiteindelijk in hetzelfde schuitje belanden? "Ik mis een discussie over welke toegevoegde waarde de gemeente ziet in onze en deze instellingen. Want die discussie wordt in dit geval niet gevoerd."

Industrieel erfgoed

Brands zit in de tussentijd niet bij de pakken neer. Volgende maand lanceert het museum een nieuwe, permanente expositie over industrieel erfgoed. Een verhaal dat een platform verdient, zo wordt gedacht, gezien de enorme ontwikkeling die Emmen als industrieplaats na de Tweede Wereldoorlog heeft doorgemaakt.

Het museum exposeert onder meer spullen van de Nira, Industria, Enka en de Danlon in het komende jaar. Peters: "Denk aan oude lampen, elektronica, bakelieten telefoons en schakelaars."

Het wordt volgens Peters een reis van toen naar het heden. Een bijzonder onderdeel zijn de virtual realitybrillen, waarmee je driedimensionaal de fabriek van de Klazienavener ijzergieterij Rademakers binnenstapt. De techniek als brug naar het verleden, die je zomaar kunt binnenstappen.

Dit is een artikel van