Hotel Postma: Zes kinderen, zes levenskeuzes

De familie Postma: vader Sjouke, Hennie, Joop, Klaas, Jacob, Frouwkje, moeder Janna en Bert (inzet). Foto: Archief Wiebe Postma

Hotel Postma stond vanaf het begin van de vorige eeuw tot en met het einde van de jaren zeventig in het hart van Emmen. Oudere inwoners zullen het inmiddels afgebroken hotel vooral in verband brengen met collaboratie met de Duitse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog. De geschiedenis van de uitbaters maakt duidelijk dat die opvatting iets te smal is geweest. De Tweede Wereldoorlog heeft een enorme impact gehad op de familie Postma.

Naast vader Sjouke en moeder Janna, bestond het gezin uit de zonen Jacob, Hennie, Klaas, Joop, Bert en dochter Frouwkje. De oorlog leidde tot keuzes binnen het gezin, waardoor de kinderen Postma de oorlog van alle kanten meemaakten. En als gevolg soms lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. Sommigen kiezen voor de NSB of de SS. Een belandt bij het verzet en een ander doorstaat ontberingen in een concentratiekamp in Nederlands-Indië. Na de oorlog echoot deze nog lang na, ook binnen opvolgende generaties. Zes mensen die allen op een verschillende manier zijn geraakt door de Tweede Wereldoorlog. Dit zijn hun verhalen.

Hotel Postma Emmen

Jacob Postma

(Meppel 1901 - Warns 1991)

Jacob volgde de Hotelschool in Den Haag om vervolgens aan de slag te gaan in de horeca op de vaart. Begin jaren dertig neemt hij het hotel van zijn ouders over, dat hij vervolgens moderniseert. De mondiale economische crisis en de armoede die ermee gepaard gaat, maakt Jacob gevoelig voor het nationaalsocialisme. Het was zijn overtuiging dat deze beweging een antwoord had op alle ellende.

Hij sluit zich aan bij de NSB en wordt uiteindelijk districtleider van Drenthe. Het hotel wordt verhuurd aan Duitse officieren. Na de oorlog worden Jacob en zijn vrouw opgepakt en gevangen gezet. Na de oorlog keert Jacob Emmen de rug toe. Het hotel is dan al in handen gevallen van de gemeente Emmen.

Na onder meer een tijdje in de Limburgse mijnen te hebben gewerkt, vindt hij uiteindelijk werk in een hotel in Scheveningen. Emplooi vinden blijkt in eerste instantie moeilijk vanwege zijn oorlogsverleden. Emmen is om die reden geen optie meer. Na de oorlog blijft hij zijn keuze verdedigen. Hij spreekt zijn levensverhaal in op een hele reeks cassettebandjes, die uiteindelijk een plaats krijgen in het boek Een Leven Lang Gezwegen van Ali Noordlag. Jacob sterft in 1991 in het Friese Warns.

Hotel Postma Emmen

Hennie Postma

(Meppel 1903 - Voorhout/Den Haag 1990)

Hennie vertrok voor de oorlog naar Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Hij raakte verliefd op het land waar hij aanvankelijk als machinist en later als leraar werk kreeg. De grote kentering volgt in 1942 als Japan het land bezet. Net als vele andere Nederlanders belandt Hennie in een concentratiekamp, gescheiden van zijn vrouw en kind. Op het eiland Sumatra wordt hij te werk gesteld aan de Pakan Baroe, een spoorlijn, vergelijkbaar met de beruchte tegenhanger in Birma, dwars over het eiland. De omstandigheden waren verschrikkelijk en velen lieten dan ook het leven.

Bijna 90.000 mensen kwamen door uitputting en ondervoeding om. Hennie was een van de weinigen die deze hel overleefde. De mede door hem gebouwde spoorlijn wordt slechts eenmaal gebruikt en wel bij de terugkeer van bevrijde gevangenen naar de haven. Hennie herenigt zich met zijn gezin in Singapore. Zijn vrouw en dochter waren namelijk ondergebracht in een ander kamp.

Bij terugkomst in Nederland wordt Hennie geconfronteerd met het leed dat de oorlog zijn familie teweeg heeft gebracht. Zijn broers zijn overleden, gevangen gezet of op de vlucht geslagen. Hij reist na aankomst meteen door naar Westerbork om zijn moeder te bevrijden. Na de oorlog gaat hij aan de slag als leraar in Mijdrecht. Met de rest van de familie heeft hij sporadisch contact, maar met Bert wil hij niets meer te maken hebben. Hij overlijdt in 1990 in Voorhout bij Den Haag.

Hotel Postma Emmen

Klaas Postma

(Meppel 1904 - Rotterdam 1944)

Klaas studeert voor architect en verhuist al vrij snel naar het Westen, eerst naar Den Haag en later naar Utrecht. Als bouwtechnisch tekenaar vindt hij werk bij de Nederlandse Spoorwegen. Bij aanvang van de bezetting wordt zijn huis in beslag genomen door de Duitsers en daarom moeten ze een andere woning in Utrecht betrekken. Zowel Klaas als zijn vrouw hekelen het onrecht dat de bezetters anderen aandoen. Ze gaan actief in het verzet. Klaas is een van de oprichters van de in 1941 opgerichte Oranje Vrijbuiters. De groep helpt joden aan onderduikadressen. Daarnaast worden ook overvallen op distributiekantoren en aanslagen op de bezetters beraamd.

De groep wordt in 1943 door een van hun eigen leden verraden. Ze worden gearresteerd en vastgezet in het Oranjehotel in Scheveningen. Op 29 februari 1944 wordt de verzetsgroep, zo'n twintig man, van hun bedden gelicht en meegenomen naar de Waalsdorpervlakte. Daar worden ze gefusilleerd en in de duinen begraven. Twee leden overleven het bloedbad. Een omdat hij toevallig jarig is op dezelfde dag als Adolf Hitler.

Na de oorlog worden de lichamen herbegraven in een monumentaal eregraf op begraafplaats De Tolsteeg in Utrecht.

Het is niet bekend hoe de familie reageerde op de dood van Klaas. Klaas' broer Joop heeft nog geprobeerd om hem tijdens zijn gevangenschap te bezoeken. Hij kreeg geen toegang.

Hotel Postma Emmen

Frouwkje Postma

(Emmen 1906 - Emmen 1970)

Frouwkje, de enige vrouw van de Postmakinderen, had van jongs af aan artistieke aanleg. Ze werd later pianolerares en speelde ruim veertig jaar lang het orgel in de Grote Kerk. Muziek bleek haar grote liefde, want getrouwd is ze nooit geweest. Haar levensloop is minder avontuurlijk dan dat van haar broers. Toen haar broers hun eigen weg gingen, bleef zij in De Kolhoop, het thans verdwenen huis naast het hotel, voor haar ouders zorgen.

Waar zij politiek stond, is niet bekend. Wel dat ze het beste voor had met haar gehele familie. Ze zorgde na de oorlog voor de kinderen van haar broers. Wel heeft ze na de oorlog, net als haar moeder, voor enige tijd vastgezeten op verdenking van collaboratie. Ook onderging zij het lot van vrouwen die verdacht werden van heulen met de vijand: haar haar werd afgeschoren, kort na de bevrijding.

Moeder Janna, met wie Frouwkje in De Kolhoop bleef wonen verliet het aardse bestaan in 1964. Haar neven en nichten groeiden op en het contact kwam daardoor op een lager pitje te staan. In de ochtend van 8 januari 1970 werd ze dood in haar eigen bed in Emmen aangetroffen.

Hotel Postma Emmen

Joop Postma

(Emmen 1910 - Appelscha 1995)

Joop volgt een theologische opleiding in Amsterdam en wordt uiteindelijk predikant. Werk als dominee ligt alleen niet voor het oprapen. De ambitieuze Joop gaat daarop in dienst van de bezetters aan de slag als provinciaal ambtenaar in Assen. Daarna volgt voor de duur van enkele weken het ambt van burgemeester van Meppel. Na de bevrijding van Nederland vlucht Joop naar Zuid-Amerika.

Na zijn aankomst in Brazilië, reist hij door naar Paraguay, waar hij opgenomen wordt in een Mennonitische gemeenschap. Aanvankelijk verdient hij de kost met de verkoop van lampenkappen. Later bouwt hij een bestaan op als leraar, broer en prediker. Zijn vrouw en kinderen volgen hem enige jaren later. Na een verhuizing naar Brazilie, verhuist het gezin in 1957 terug naar Nederland, omdat de vrouw van Joop aan heimwee leed.

Bij thuiskomst werd Joop opgepakt en vastgezet, maar kreeg na enkele weken gratie van Koningin Juliana. Hij heeft zijn verdere leven gewerkt als predikant in Duitsland en leraar Duits op verschillende scholen in Friesland. In 1959 werd Wiebe geboren. Na zijn pensionering in 1975 verhuisden hij en zijn familie naar Appelscha, waar hij in 1995 stierf.

Hotel Postma Emmen

Bert Postma

(Emmen, 1922 - omgeving Frankfurt, 1984)

Bert is, net als Joop, een nakomertje. Van jongs af aan laat de invloed van oudste broer Jacob zich gelden. Ook Bert kiest de kant van de Duitsers en meldt zich aan bij de Waffen SS. Hij komt terecht aan het oostfront, in Rusland en Oekraïne.

Het is niet bekend wat hij precies gedaan heeft in de oorlog. Wel dat hij na twee jaar dienst ernstig gewond raakte. Hij overleeft het, maar wel met een lijf vol granaatscherven. Hij wordt gevangen genomen door de geallieerden, maar weet te vluchten. Met behulp van onder meer Joop maakt hij zich de identiteit van een gestorven Duitse soldaat eigen. Hij doet zich voor als een Heimatvertriebene: iemand die zijn eigen land vanwege oorlogsgeweld heeft moeten ontvluchten. Na verblijven in diverse vluchtelingenkampen, bouwt hij een nieuw bestaan in Duitsland op.

Hij trouwt, krijgt kinderen en neemt een baan in het transportwezen aan. Zijn vrouw weet wie Bert echt is geweest, maar zijn kinderen wisten jarenlang niet beter dan dat hun vader Duits was. Bert ziet met enige regelmaat zijn zus Frouwkje en moeder Janna. Onder meer in Meppen, net over de grens bij Emmen. Het liefst zette hij zo weinig mogelijk een voet over de Nederlandse grens uit angst herkend te worden. Als een van zijn twee zonen in 1982 overlijdt, besluit hij zijn andere zoon de waarheid te vertellen. Twee jaar later sterft hij.

Dit is een artikel van