De aanleg van de Nedersaksenlijn gaat door. Dat heeft minister Vincent Karremans (VVD) van Infrastructuur en Waterstaat bekendgemaakt. De nieuwe spoorverbinding tussen Groningen en Enschede, via Ter Apel en Emmen, blijft daarmee een belangrijk project voor het kabinet. Ook de eerder toegezegde 2,1 miljard euro blijft beschikbaar.
De toekomst van de Nedersaksenlijn was onzeker geworden door financiële problemen bij het ministerie. Eerder werd bekend dat er een tekort van 80 miljard euro is. Daardoor dreigen verschillende projecten voor wegen, spoorlijnen en andere infrastructuur te worden uitgesteld of geschrapt.
Toch houdt het kabinet vast aan de plannen voor de Nedersaksenlijn. Ook het gereserveerde bedrag van 2,1 miljard euro blijft ongewijzigd. Het geld komt, zoals eerder afgesproken, uit de begroting van het ministerie.
De Nedersaksenlijn moet zorgen voor een rechtstreekse treinverbinding tussen Groningen en Enschede. Hierdoor wordt Zuidoost-Drenthe beter bereikbaar. De spoorlijn biedt nieuwe mogelijkheden voor inwoners die met het openbaar vervoer naar hun werk, opleiding of andere voorzieningen reizen.
Volgens het ministerie heeft de spoorlijn een hoge prioriteit. De verbinding is belangrijk voor zowel de bereikbaarheid als de economische ontwikkeling van de regio.
Wethouder Patrick de Jonge van Emmen is blij met het nieuws uit Den Haag. "Ik heb de hele tijd wel een positief gevoel gehad dat de Nedersaksenlijn er gewoon zou komen. Dat heb ik ook altijd in de gemeenteraad gezegd", laat De Jonge weten.
"Wij hebben geen signalen gehad dat de lijn er niet zou komen. Maar het is goed dat we nu ook vanuit het ministerie de bevestiging hebben."
De Jonge benadrukt het belang van de spoorlijn voor de toekomst van Emmen en Zuidoost-Drenthe. "Dit is ook belangrijk voor de toekomst. Het behoud van mensen in onze regio, het is gebiedsontwikkeling en economische ontwikkeling, bereikbaarheid. Al met al is dit goed voor de toekomst."
Waar de Nedersaksenlijn precies komt te liggen en wanneer de eerste treinen gaan rijden, is nog niet bekend. Dat wordt de komende jaren verder onderzocht.
Luister hier het interview met Patrick de Jonge terug