Nedersaksenlijn nog lang niet zeker, maar eerste opties vallen af

Illustratie: Gemeente Emmen

De eerste inhoudelijke keuzes voor de Nedersaksenlijn zijn gemaakt. Toch is het nog altijd onzeker of de spoorverbinding er daadwerkelijk komt. Bezuinigingen bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zorgen voor onzekerheid over het beschikbare geld. Een definitief besluit is er nog niet en de MIRT-verkenning gaat voorlopig door. Met de publicatie van ‘zeef 0’ is daarin een eerste belangrijke stap gezet.

Lees ook
Onzekerheid over Nedersaksenlijn blijft na uitspraken minister Karremans

De gemeenteraad van Emmen werd maandagavond bijgepraat over de stand van zaken. Wethouder Patrick de Jonge benadrukte dat er vanuit het Rijk nog geen definitief nieuws is over het doorgaan van de Nedersaksenlijn. De gemeente blijft daarom inzetten op het project en lobbyen voor de spoorlijn.

De Nedersaksenlijn moet Groningen via onder meer Veendam, Stadskanaal, Ter Apel en Emmen verbinden met Hardenberg en Twente/Zwolle. De spoorlijn moet niet alleen de bereikbaarheid verbeteren, maar ook bijdragen aan wonen, werken, onderwijs en de economische ontwikkeling van de regio.

In oktober 2025 begon officieel de MIRT-verkenning. Het doel is om eind 2028 één voorkeursalternatief over te houden.

Van honderden ideeën naar eerste selectie

Bij ‘zeef 0’ zijn alle ingebrachte wensen en oplossingen voor het eerst beoordeeld. Volgens de presentatie in Emmen zijn in totaal 605 behoeften en wensen verzameld. ProRail sprak daarvoor onder meer met gemeenten, provincies, vervoerders en andere betrokken organisaties. Ook reacties van inwoners zijn meegenomen. Tijdens de formele inspraak begin 2026 kwamen 147 reacties binnen.

Bij de eerste selectie is onder meer gekeken of voorstellen bijdragen aan de doelen van de Nedersaksenlijn en binnen het onderzoeksgebied vallen. Ook is beoordeeld of ze vóór 2040 uitvoerbaar en financieel en juridisch haalbaar zijn.

Verdiepte ligging te duur

Een belangrijke uitkomst voor Emmen is dat een verdiepte ligging van het spoor niet verder wordt onderzocht. Deze oplossing blijkt te duur. Wel wordt uitgebreider gekeken naar de spoorwegovergangen in Emmen en welke maatregelen daar nodig zijn.

Ook de locatie van station Emmen Centrum wordt onderzocht. Een mogelijke verplaatsing van het station staat nog niet vast. Die keuze hangt onder meer samen met het uiteindelijke tracé en de dienstregeling. Daarnaast wordt gekeken naar de sociale veiligheid rond stations, de inpassing van het spoor in het landschap en de afwikkeling van goederenvervoer.

Rondweg én route door Emmen nog in beeld

Vooral de mogelijke route van het nieuwe spoor bij Emmen zal de komende tijd aandacht krijgen. Zowel een tracé via het bestaande spoor door Emmen als een route langs de Rondweg blijft in onderzoek.

Bij de eerste mogelijkheid wordt het huidige spoor vanuit Emmen naar het noorden doorgetrokken. Een andere mogelijkheid loopt om Emmen heen, grofweg langs de Rondweg. Volgens ProRail zijn de huidige kaarten nadrukkelijk indicatief. Er is nog geen tracé vastgesteld.

Ook tussen Emmen, Ter Apel, Stadskanaal en Veendam blijven meerdere mogelijkheden in beeld. Zo wordt onderzocht of een snellere verbinding tussen Emmen en Stadskanaal mogelijk is zonder Ter Apel aan te doen. Andere varianten lopen juist wel via Ter Apel.

Een volledig dubbelsporige Nedersaksenlijn komt er volgens de huidige plannen niet. Daarvoor is onvoldoende geld beschikbaar. Bovendien is volledig dubbelspoor volgens ProRail niet nodig voor de beoogde dienstregeling. Op plekken waar treinen elkaar moeten passeren, kan wel dubbelspoor worden aangelegd.

Volgende schifting in 2027

De komende maanden worden de overgebleven mogelijkheden verder uitgewerkt. In ‘zeef 1’ moeten ongeveer twintig tot dertig oplossingsrichtingen worden teruggebracht tot drie tot vijf kansrijke varianten. Daarbij wordt onder meer gekeken naar bereikbaarheid, brede welvaart en gebiedsontwikkeling.

In de zomer van 2027 volgt opnieuw een participatieronde. Eind 2028 moet duidelijk zijn welk voorkeursalternatief overblijft. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft bij die beslissing het laatste woord.

Maar zover is het nog niet. Eerst moet duidelijk worden of minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat de Nedersaksenlijn financieel overeind houdt. Binnen twee weken wordt daarover meer duidelijkheid verwacht. Tot die tijd blijft onzeker of de spoorlijn er uiteindelijk daadwerkelijk komt.