De aanleg van de Nedersaksenlijn is onzeker geworden. Het kabinet wil het beschikbare geld voor infrastructuur opnieuw verdelen. Daarbij krijgen onderhoud en vernieuwing van bestaande wegen en spoorlijnen voorrang. Eerdere toezeggingen aan regio's tellen bij die nieuwe afweging niet automatisch mee. Dat kan gevolgen hebben voor de geplande spoorverbinding tussen Groningen, Emmen en Twente.
Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat wil infrastructuurprojecten voortaan beoordelen met een puntensysteem. Samen met staatssecretaris Annet Bertram kijkt hij opnieuw naar de verdeling van het beschikbare geld. Volgens Karremans moet het puntensysteem helpen om projecten in verschillende delen van het land zo objectief mogelijk te beoordelen. Een woordvoerder van de minister laat dat weten aan RTV Noord.
Vernieuwing en onderhoud van bestaande infrastructuur krijgen daarbij prioriteit. Daardoor kan minder geld overblijven voor nieuwe projecten. De minister wil nog niet vooruitlopen op de definitieve keuzes. Die moeten volgens hem over enkele weken duidelijk worden.
De nieuwe koers zorgt voor onzekerheid, omdat Rijk en regio eerder vergaande afspraken maakten over de Nedersaksenlijn. In 2025 reserveerde het Rijk ruim 1,9 miljard euro extra voor het project. Daarnaast was al 85 miljoen euro beschikbaar en zegde ook de regio geld toe. In bestuurlijke afspraken van begin dit jaar werd uitgegaan van een totaalbudget van ongeveer 2,115 miljard euro voor de aanleg en de kosten van onderzoek naar de spoorlijn.
In oktober 2025 werd bovendien de officiële startbeslissing genomen voor de MIRT-verkenning. Die onderzoeksfase is inmiddels in volle gang. Het was de bedoeling om de verkenning eind 2028 af te ronden. ProRail onderzoekt onder meer waar het nieuwe spoor kan komen te liggen en welke dienstregeling mogelijk is.
Karremans stelt nu dat eerdere toezeggingen aan provincies en gemeenten niet bepalend zijn bij de nieuwe verdeling van het infrastructuurgeld. Daardoor geeft ook het eerder gereserveerde geld geen zekerheid dat de Nedersaksenlijn daadwerkelijk wordt aangelegd.
Voor Emmen, Coevorden en de rest van Zuidoost-Drenthe is de Nedersaksenlijn een belangrijk infrastructuurproject. De spoorlijn moet Groningen via onder meer Veendam, Stadskanaal en Emmen verbinden met Twente. Daarvoor moet tussen Veendam en Emmen een nieuwe spoorverbinding worden aangelegd.
De lijn moet niet alleen de bereikbaarheid verbeteren. Provincies en gemeenten langs het traject koppelen het project ook aan woningbouw, werkgelegenheid en economische ontwikkeling. De gemeenten Emmen en Coevorden behoren tot de overheden die bij het project betrokken zijn.
Minder dan een jaar geleden leek het project nog een grote stap dichterbij te komen. Toenmalig staatssecretaris Thierry Aartsen kwam naar Emmen om de start van de verkenning te markeren. Ook dit jaar gingen de voorbereidingen verder.
Nog geen twee weken geleden bracht de huidige staatssecretaris Annet Bertram een werkbezoek aan de Nedersaksenlijn. Daarbij werd opnieuw gesproken over het belang van de verbinding voor onder meer bereikbaarheid, wonen, werken en opleidingsmogelijkheden in Noord- en Oost-Nederland.
Het staat nog niet vast wat de nieuwe verdeling van het infrastructuurgeld betekent voor de Nedersaksenlijn. Karremans zegt dat hij gesprekken voert met regionale bestuurders. De keuzes moeten over enkele weken bekend worden.
Tot die tijd blijft onzeker of de spoorverbinding daadwerkelijk wordt aangelegd. Rijk en regio maakten daar de afgelopen jaren al vergaande financiële en bestuurlijke afspraken over.