De gemeenteraad van Emmen heeft ingestemd met de nieuwe beleidsnota Sport en Bewegen 2026-2030. Een ruime meerderheid steunt de plannen, maar tijdens de raadsvergadering was er ook kritiek. Verschillende partijen vinden dat concrete en meetbare doelen ontbreken. De nota werd aangenomen met 33 stemmen voor en 6 tegen.
Met het nieuwe beleid wil de gemeente meer inwoners aan het sporten en bewegen krijgen. Daarbij gaat het niet alleen om gezondheid, maar ook om ontmoeting, gelijke kansen en meedoen in de samenleving. De gemeente wil dat in 2040 10.000 inwoners meer structureel bewegen.
Over die ambitie ontstond discussie in de gemeenteraad. Verschillende fracties wezen erop dat voor een groot deel van de doelen eerst een nulmeting nodig is. Daardoor is nog niet overal duidelijk wat de huidige situatie is en welk resultaat de gemeente uiteindelijk wil bereiken.
Meerdere partijen wezen daarbij op een eerder advies van de Rekenkamer. Die adviseerde de gemeente om met meetbare doelstellingen te werken en duidelijk te maken wat de relatie is tussen doelen, activiteiten en resultaten.
De ChristenUnie vindt dat de gemeente bij het maken van beleid minder vrijblijvend moet zijn. Ook het CDA had kritiek op het proces. De partij stemde uiteindelijk voor de nota, maar noemde de manier waarop deze ter besluitvorming aan de raad is voorgelegd “allesbehalve chic”.
Andere fracties benadrukten dat duidelijk moet worden of de gemeente ook inwoners bereikt voor wie sporten en bewegen niet vanzelfsprekend is. Daarbij werd onder meer aandacht gevraagd voor kinderen uit gezinnen met weinig financiële mogelijkheden, senioren en inwoners van wijken met achterstanden.
Wethouder Pascal Schrik erkende tijdens de vergadering dat het belangrijk is om de resultaten te kunnen meten. Volgens hem zijn er op dit moment nog niet genoeg recente cijfers om voor alle doelen concrete streefwaarden vast te stellen.
De gemeenteraad krijgt daarom uiterlijk in april 2027 een verder uitgewerkte doelenboom. Als de benodigde cijfers eerder beschikbaar zijn, wil de wethouder deze ook eerder naar de raad sturen. Daarnaast krijgt de raad ieder jaar een uitvoeringsplan waarin staat waarop de gemeente dat jaar inzet.
Volgens Schrik kunnen beschikbare gegevens worden gebruikt om maatregelen gerichter in te zetten. Zo kunnen buurtsportcoaches vooral aan de slag op plekken waar de achterstanden het grootst zijn.
D66 vroeg tijdens het debat ook aandacht voor vakleerkrachten bewegingsonderwijs op basisscholen. De gemeente overwoog om hiervoor een deel van de vijftien buurtsportcoaches in te zetten.
D66 stelde dat buurtsportcoaches vanaf 2027 niet meer als vakleerkracht zouden mogen worden ingezet. Schrik zei daarvan niet op de hoogte te zijn en beloofde dit uit te zoeken.