De gemeente Emmen had de verschillende signalen rond het conflict dat voorafging aan het dodelijke geweld in Weiteveen eerder naast elkaar moeten leggen. Meerdere gemeentelijke teams waren vóór 16 januari 2024 betrokken bij onderdelen van de kwestie. Toch werd geen gemeentelijke regiehouder aangewezen en werd de burgemeester niet geïnformeerd.
Het college van burgemeester en wethouders stelt achteraf dat de zaak ‘eerder en meer in samenhang’ had moeten worden beoordeeld. Dat blijkt uit antwoorden op schriftelijke vragen van de PVV-fractie in Emmen.
De PVV stelde eind augustus vragen over de gebeurtenissen, de gemeentelijke dossiervorming en de lessen die uit de zaak zijn getrokken. Het college beantwoordde die vragen op 17 september. De antwoorden geven meer inzicht in de betrokkenheid van de gemeente vóór het dodelijke geweld.
Op 16 januari 2024 bracht Richard K. in Weiteveen twee mensen om het leven. Daaraan ging een langdurig conflict vooraf. De politie concludeerde na eigen onderzoek in januari 2025 dat belangrijke signalen in de aanloop naar het incident waren gemist en dat anders had moeten worden gehandeld.
Drie gemeentelijke onderdelen waren op verschillende momenten bij de kwestie betrokken, blijkt uit de antwoorden: Toezicht en Handhaving (TNH), boa's en Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Volgens het college werkten zij vanuit verschillende verantwoordelijkheden. Er was geen gezamenlijke gemeentelijke aanpak van de volledige casus.
TNH hield zich vanaf september 2023 bezig met illegale bouwwerken op het betreffende perceel. De gemeente wist ook dat er een civielrechtelijk geschil speelde en dat er spanningen waren tussen de betrokkenen.
Toch zag TNH de kwestie als een regulier handhavingstraject. Volgens het college krijgen medewerkers vaker te maken met conflicten tussen buren. De informatie die op dat moment beschikbaar was, wees volgens de gemeente niet op een dreigende verstoring van de openbare orde. Daarom zag de gemeente geen reden om de burgemeester te informeren.
Ook boa's waren bij de kwestie betrokken. Zij werden meerdere keren benaderd door de familie M. Het ging onder meer om een camera die volgens de familie op hun perceel was gericht en verlichting die overlast zou veroorzaken.
Ook het team Openbare Orde en Veiligheid was bij de kwestie betrokken. Op 8 september 2023 ontving de gemeentelijke overlastregisseur een e-mail van de wijkagent over een reeks incidenten tussen de betrokken partijen. De wijkagent vroeg wat de overlastregisseur in deze situatie kon betekenen.
Volgens de gemeente leek de zaak op het eerste gezicht niet te voldoen aan de criteria voor woonoverlast. Meer contact tussen de wijkagent en de overlastregisseur had mogelijk meer duidelijkheid kunnen geven. Op een e-mail van de overlastregisseur volgde volgens het college echter geen reactie van de wijkagent.
Er was wel telefonisch contact. Daarbij werd geconcludeerd dat artikel 151d van de Gemeentewet niet toepasbaar was. Dit artikel biedt gemeenten mogelijkheden om op te treden bij ernstige woonoverlast. Volgens de gemeente had de overlastregisseur daardoor geen bruikbare bestuursrechtelijke maatregelen. Bij mogelijke strafbare feiten moest het strafrecht worden ingezet.
Verschillende onderdelen van de gemeente waren dus op de hoogte van delen van dezelfde kwestie. Die informatie werd niet onder één gemeentelijke regie samengebracht. Het college bevestigt dat er destijds geen gemeentelijke regiehouder was.
Ook de gemeentelijke escalatieladder voor woonoverlast werd niet gebruikt. Volgens het college kwam dat doordat de situatie niet als woonoverlastzaak was aangemerkt. De zaak viel daardoor niet onder de aanpak waarvoor deze escalatieladder bedoeld was.
De handhavingszaak werd wel geregistreerd. Volgens het college kwam de zaak op 13 september 2023 binnen en werd het dossier bijgehouden in het gemeentelijke zaaksysteem. Ook de werkzaamheden van de boa's werden geregistreerd.
Eind december 2023 raakte ook toenmalig wethouder Jan Bos bij de kwestie betrokken. De familie M. nam contact met hem op. Daarna werden twee afspraken gemaakt.
Op 8 januari 2024 vond een ambtelijk gesprek plaats tussen de familie, de teamleider van Toezicht en Handhaving en enkele betrokken handhavers. Daarnaast werd een bestuurlijk overleg met Bos gepland.
Het geplande gesprek vond door het geweld op 16 januari niet meer plaats.
Ook toen Bos bij de zaak betrokken raakte, werd volgens het college niet besloten om de burgemeester te informeren. De gemeente zag de kwestie nog steeds als een regulier handhavingstraject rond illegale bouwwerken. Volgens het college waren er op basis van de toen beschikbare informatie geen aanwijzingen voor een dreigende verstoring van de openbare orde.
Na het incident kwam de politie tot andere conclusies over de aanpak van de situatie. Uit de politie-evaluatie bleek dat de problemen complex waren en al langere tijd speelden.
Door het grote aantal meldingen over en weer, meldingen over onveiligheid en de betrokkenheid van kinderen had volgens de politie moeten worden opgeschaald naar een overleg met ketenpartners. Een gezamenlijke aanpak was volgens de politie nodig geweest om de risico's in te schatten en een gezamenlijk plan te maken.
De politie stelde ook vast dat informatie binnen het basisteam onvoldoende werd gedeeld en gebeurtenissen niet in een bredere context werden bekeken. Daardoor werd niet via de daarvoor bedoelde lijn opgeschaald en kwam de casus niet in het driehoeksoverleg terecht.
De politie concludeerde dat belangrijke signalen waren gemist en dat meldingen te veel als losse gebeurtenissen waren behandeld.
Het college van Emmen zegt die bredere conclusie uit de politie-evaluatie te onderschrijven. Een complexe casus als deze had eerder in samenhang moeten worden bekeken. Volgens de gemeente gaat het daarbij zowel om het tijdig delen van informatie tussen professionals en organisaties als om bestuurlijke opschaling wanneer de ernst van een situatie daarom vraagt.
De PVV wilde ook weten wat de politie-evaluatie uit 2025 betekende voor de eerdere beoordeling van de gemeente. Het college zegt dat de bevindingen uit het politierapport zijn meegenomen, maar dat de gemeentelijke evaluatie niet volledig opnieuw is uitgevoerd.
Volgens het college kwamen de conclusies van de politie voor een belangrijk deel overeen met verbeterpunten die de gemeente zelf al had vastgesteld. Het politierapport is gebruikt om die lessen opnieuw te beoordelen en de werkwijze verder aan te scherpen.
Het college concludeert ook dat de gemeente zelf anders had moeten handelen. Omdat verschillende gemeentelijke teams bij onderdelen van de zaak betrokken waren, had de gemeente de casus meer in samenhang moeten beoordelen. De burgemeester heeft volgens het college eerder aangegeven hiervoor bestuurlijk verantwoordelijk te zijn.
De PVV stelde ook vragen over een gemeentelijk overleg van 27 mei 2024. Van die bijeenkomst zijn geen notulen, verslag of aantekeningen gemaakt. De fractie wilde daarom weten waarop informatie die later over het overleg werd verstrekt, was gebaseerd.
Het college bestrijdt dat later nieuwe inhoudelijke informatie over de bijeenkomst naar buiten is gebracht. In de periode tussen het geweldsincident en het overleg van 27 mei werd de kwestie volgens de gemeente regelmatig besproken tijdens wekelijkse veiligheidsoverleggen en in de Lokale Driehoek. Die gesprekken vormden de aanloop naar de bijeenkomst onder leiding van de burgemeester.
Bij dat overleg waren onder anderen ambtenaren van Openbare Orde en Veiligheid en Handhaving, Toezicht en Vergunningen aanwezig. Volgens het college werd gebruikgemaakt van stukken die eerder waren verstrekt na een verzoek op basis van de Wet open overheid (Woo).
De evaluatie, mondelinge toelichtingen, ambtelijke afwegingen en afspraken uit het overleg leidden uiteindelijk tot een brief aan de gemeenteraad van 17 juli 2024.
Tijdens een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraad op 19 mei 2025 gaf de burgemeester opnieuw uitleg over de kwestie. Volgens het college herhaalde hij daarbij dat hij 'met de kennis van nu' eerder geïnformeerd had moeten worden.
Een belangrijk deel van de antwoorden gaat over maatregelen die na Weiteveen zijn genomen. Volgens het college werken verschillende gemeentelijke afdelingen en externe partners inmiddels intensiever samen.
Complexe dossiers worden wekelijks besproken in het Veiligheidsoverleg. Als de aard of ernst van een situatie daar aanleiding toe geeft, kan worden opgeschaald naar de Lokale Driehoek. Ook handhavingszaken die raakvlakken hebben met openbare orde en veiligheid worden wekelijks in het Veiligheidsoverleg besproken.
Daarnaast is de samenwerking tussen boa's, OOV en Toezicht en Handhaving uitgebreid. Wijkagenten en OOV-adviseurs kunnen aansluiten bij operationele overleggen van boa's. Boa's kunnen op hun beurt deelnemen aan relevante politieoverleggen. Volgens het college moet dit ervoor zorgen dat informatie uit verschillende disciplines eerder bij elkaar komt.
De gemeente wijst daarnaast op het woonteam dat rond de jaarwisseling van 2023 naar 2024 is opgezet. Daarin werken onder meer de gemeente, woningcorporaties, politie, welzijnsorganisaties en de geestelijke gezondheidszorg samen.
Het team kan worden ingezet als conflicten dreigen te escaleren of problemen zo complex zijn dat een gezamenlijke aanpak nodig is.
Ook de functie van overlastregisseur is verder ontwikkeld tot woonoverlastregisseur. De woonoverlastregisseur moet complexe situaties rond woonoverlast eerder herkennen en betrokken partijen met elkaar in contact brengen.
Volgens het college zijn naar aanleiding van Weiteveen ook de werkafspraken verduidelijkt. Er wordt scherper gekeken naar complexe signalen en er is meer aandacht voor tijdige afstemming en bestuurlijke opschaling. Deze werkwijze is volgens de gemeente inmiddels een vast onderdeel van de organisatie.
De gemeente zegt niet alleen nieuwe afspraken te hebben gemaakt, maar ook te controleren hoe die in de praktijk werken. Bij complexe dossiers wordt bekeken of ernstige signalen op tijd worden herkend, de juiste organisaties vroeg genoeg worden betrokken en zo nodig op tijd wordt opgeschaald.
Daarbij kijkt de gemeente specifiek of signalen die bestuurlijke aandacht nodig hebben tijdig bij de burgemeester terechtkomen. Interne evaluaties worden gecombineerd met evaluaties van partners en onder meer verslagen waarbij het Zorg- en Veiligheidshuis Drenthe betrokken is.
Als afspraken niet duidelijk genoeg zijn of onvoldoende werken, moeten deze opnieuw worden besproken en zo nodig worden aangescherpt.