Het is de Week van Lezen en Schrijven. ZO!34 besteedde deze week met de talkshow Taalpraat aandacht aan laaggeletterdheid en basisvaardigheden. In de laatste aflevering van het seizoen stond het tienjarig bestaan van Taalpunt Emmen centraal. Aan tafel werd teruggekeken op de afgelopen tien jaar en besproken waarom de aanpak nog steeds nodig is.
Taalpunt Emmen bestaat inmiddels tien jaar. Waar de focus in het begin vooral lag op lezen en schrijven, gaat het tegenwoordig om een breder pakket aan basisvaardigheden. Ook rekenen en digitale vaardigheden vallen daar inmiddels onder. Toch blijft het lastig om mensen te bereiken die hulp kunnen gebruiken.
Aan tafel zaten Marchien Brons, voormalig directeur van de bibliotheek in Emmen en oud-voorzitter van de kerngroep Emmen telt mee met taal, Rita Bults, voormalig beleidsmedewerker van de gemeente Emmen, Rineke Marwitz, voorzitter van de kerngroep Emmen telt mee met taal en Caroline Habing, coördinator van Taalpunt Emmen.
Samenwerking vanaf het begin
De aanpak rond basisvaardigheden begon tien jaar geleden met verschillende organisaties die samen aan de slag wilden. Facet, Sedna, Desiterra, Emco en Pro Emmen vormden samen met de gemeente de eerste kernpartners.
Volgens Marchien Brons was vanaf het begin duidelijk dat samenwerking belangrijk was. De organisaties kregen ieder hun eigen rol. De bibliotheek had daarbij een regiefunctie en was penvoerder richting de gemeente.
“Het is natuurlijk echt van betekenis voor mensen die moeite hebben met de basisvaardigheden”, vertelt Brons. Tegelijkertijd blijft het volgens haar moeilijk om juist de mensen te bereiken die de ondersteuning het hardst nodig hebben.
De samenwerking is de afgelopen jaren steeds verder uitgebreid. Meer organisaties zijn aangesloten en de kerngroep kijkt samen naar de koers en de rol van de verschillende partners.
Persoonlijke ervaring
Voor Rita Bults begon haar betrokkenheid bij het onderwerp al voordat zij beleidsmedewerker bij de gemeente Emmen werd. Als maatschappelijk werkster in Coevorden kwam ze in contact met een gezin dat diep in de schulden zat.
Toen het gezin niet op een afspraak voor schuldhulpverlening verscheen, besloot Bults bij hen langs te gaan. Daar bleek dat er meer aan de hand was.
“Wij schamen ons zo verschrikkelijk. Wij kunnen het niet lezen. Wij kunnen het niet schrijven”, kreeg ze van de bewoners te horen. Volgens hen hadden hun beperkte lees- en schrijfvaardigheden bijgedragen aan de problemen.
Die ervaring bleef Bults bij. “Hoe kun je nou iemand zelfredzaamheid bijbrengen of helpen om te krijgen?”, vraagt ze zich terugkijkend af. Volgens haar werd daarmee duidelijk hoe belangrijk het is om problemen met basisvaardigheden bij de bron aan te pakken.
Later ging Bults bij de gemeente Emmen werken als beleidsmedewerker onderwijs. Ook daar bleef ze zich bezighouden met het onderwerp.
Van taal naar basisvaardigheden
In tien jaar tijd is de aanpak veranderd. Waar het eerst vooral om lezen en schrijven ging, is het begrip basisvaardigheden inmiddels veel breder.
“Het gaat niet alleen maar over lezen. Het gaat over schrijven, maar het gaat ook over rekenen. Het gaat over digitaal mee kunnen komen”, legt Brons uit.
Volgens de betrokkenen is die verbreding nodig. Mensen krijgen in het dagelijks leven steeds vaker te maken met digitale systemen en moeten daardoor over meer vaardigheden beschikken.
Ook Rineke Marwitz ziet dat het onderwerp zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Als voorzitter van de kerngroep begeleidt zij onder meer bijeenkomsten, onderhoudt ze contact met de gemeente en houdt ze ontwikkelingen rond basisvaardigheden bij.
Taalpunt als verbindende schakel
Binnen de aanpak heeft Taalpunt een belangrijke rol. Taalpunt brengt vraag en aanbod bij elkaar. Zo worden vrijwilligers gekoppeld aan deelnemers en wordt gekeken hoe mensen die hulp nodig hebben het beste bereikt kunnen worden. Ook onderhoudt Taalpunt contact met verschillende organisaties in de regio.
“Vraag en aanbod verbinden”, noemt coördinator Caroline Habing het belangrijkste onderdeel van haar werk. Dat gebeurt tussen vrijwilligers en deelnemers, maar ook tussen Taalpunt en andere organisaties.
Tien jaar, maar nog niet klaar
Het tienjarig bestaan van Taalpunt is reden voor een feestje, maar aan tafel wordt ook een kanttekening gemaakt. Want als de aanpak volledig succesvol zou zijn, zou Taalpunt zichzelf uiteindelijk overbodig moeten maken.
“Eigenlijk ben je geslaagd als je moet stoppen”, wordt gezegd. Toch is er volgens Habing genoeg om trots op te zijn. Vooral de samenwerking in Emmen en omgeving is volgens haar iets om te vieren. Tegelijkertijd blijft laaggeletterdheid bestaan.
Ook de overdracht van generatie op generatie speelt daarbij een rol. Taalontwikkeling begint al bij baby’s en jonge kinderen. Wat kinderen thuis meekrijgen, kan invloed hebben op hun ontwikkeling op school en later in het leven.
Wethouder Raymond Wanders wees daar eerder deze week ook op. Ondanks alle inspanningen blijft er nieuwe aanwas komen van mensen die moeite hebben met lezen en schrijven.
Structurele aanpak nodig
Ook landelijk blijft aandacht voor basisvaardigheden nodig. De landelijke aanpak Tel mee met Taal kende verschillende periodes, maar na 2024 kwam er geen nieuwe periode van precies vier jaar.
Volgens Marwitz is het daarom belangrijk om lokaal te blijven kijken wat nodig is en hoe landelijke plannen naar Emmen vertaald kunnen worden. Daarbij speelt financiering een belangrijke rol.
Bults is kritisch op een aanpak die vooral afhankelijk is van tijdelijke projecten. “Dit heeft zich zo bewezen dat dit een structurele aanpak vraagt, meerjarig”, zegt ze. Volgens haar hoort daar ook meerjarige financiering bij.
In haar eigen ervaring zag ze dat tijdelijke projecten veel onzekerheid met zich meebrengen. Steeds opnieuw moet worden afgewacht of er het volgende jaar geld beschikbaar is. Daardoor wordt het volgens haar lastig om een aanpak voor langere tijd op te bouwen.
Samenwerking uitbreiden
Voor de komende jaren wil Taalpunt de samenwerking verder versterken. Volgens Habing moet binnen de kerngroep nog duidelijker worden welke rol iedere organisatie heeft en wat iedere partner kan bijdragen.
Ook het netwerk rondom de kerngroep moet verder groeien. Taalpunt werkt onder meer samen binnen de arbeidsmarktregio Drenthe en rond basisvaardigheden op de werkvloer.
Het doel is om kennis over laaggeletterdheid en basisvaardigheden verder te verspreiden. Niet alleen binnen organisaties die al betrokken zijn, maar ook bij andere partijen die met de doelgroep te maken krijgen.
Vrijwilligers blijven nodig
Om het werk voort te kunnen zetten, zijn vrijwilligers belangrijk. Taalpunt kan volgens Habing dan ook altijd nieuwe vrijwilligers gebruiken.
Wie graag anderen helpt en iets met taal heeft, hoeft volgens haar niet over een bepaald taalniveau te beschikken. “Als je de taal een warm hart toe draagt, maar ook gewoon het heel fijn vindt om andere mensen te helpen”, is dat volgens Habing in principe voldoende.
Aanmelden kan via de website van Taalpunt. Mensen kunnen zich daar aanmelden als vrijwilliger of als deelnemer.
De laatste aflevering van Taalpraat stond daarmee in het teken van terugkijken én vooruitkijken. Tien jaar Taalpunt is een mijlpaal die gevierd mag worden, maar het doel blijft dat iedereen zelfstandig kan meedoen in de samenleving. Zolang dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is, blijft de aanpak rond basisvaardigheden nodig.
De aflevering werd afgesloten met een optreden van Vincent Corjanus.