Een op de zes werknemers in de regio heeft moeite met basisvaardigheden

Foto: ZO!34 / Marlous de Jong

Het is de Week van Lezen en Schrijven. Deze week staat ZO!34 met de talkshow Taalpraat stil bij laaggeletterdheid en basisvaardigheden. In de tweede aflevering ging het over basisvaardigheden op de werkvloer en de vraag hoe werkgevers hun medewerkers kunnen helpen om mee te komen.

Lezen, schrijven en rekenen, maar tegenwoordig ook steeds vaker omgaan met computers en digitale systemen. Voor veel werknemers zijn die basisvaardigheden niet vanzelfsprekend. In de regio heeft volgens sectorspecialist Dave de Groot ongeveer één op de zes werknemers moeite met één of meerdere van deze vaardigheden. In de tweede aflevering van Taalpraat stond daarom de vraag centraal wat werkgevers daaraan kunnen doen.

Aan tafel zaten Simon Zandvliet en Dave de Groot, sectorspecialisten binnen de Regiodeal Basisvaardig op de Werkvloer. Zij helpen werkgevers om problemen met basisvaardigheden te herkennen en werknemers verder te helpen. Ook wethouder Raymond Wanders van de gemeente Emmen vertelde over de aanpak van laaggeletterdheid in de gemeente.

“Een op de zes werknemers in deze regio heeft te maken met lage basisvaardigheden”, vertelt De Groot. Dat betekent volgens hem dat vrijwel iedere werkgever met een wat groter personeelsbestand ermee te maken kan krijgen. “Het is aan ons de taak dat de werkgever dit herkent en er iets mee gaat doen.”

Meer dan lezen en schrijven

Bij basisvaardigheden wordt vaak als eerste gedacht aan lezen en schrijven, maar het begrip is inmiddels veel breder. Ook rekenen en digitale vaardigheden horen erbij. Vooral dat laatste wordt volgens de sectorspecialisten steeds belangrijker.

“Eigenlijk is het een nieuwe taal die mensen ook moeten leren”, zegt Zandvliet over de digitale ontwikkelingen op de werkvloer.

Dat is bijvoorbeeld zichtbaar bij machines en andere apparatuur. Werknemers moeten instructies kunnen lezen en begrijpen, maar krijgen ook steeds vaker te maken met digitale systemen. Wanneer die vaardigheden verbeteren, kan dat volgens Zandvliet en De Groot leiden tot minder fouten, veiliger werken en een hogere productiviteit.

De snelle opkomst van kunstmatige intelligentie maakt digitale vaardigheden volgens De Groot nog belangrijker. “Alles is een stuk digitaler dan tien jaar geleden.” Wie goed met AI wil kunnen werken, heeft volgens hem eerst bepaalde digitale basisvaardigheden nodig.

Zorgen over nieuwe aanwas

Ook de gemeente Emmen probeert laaggeletterdheid en beperkte basisvaardigheden terug te dringen. Volgens wethouder Raymond Wanders zijn daarin stappen gezet, maar blijft er reden tot zorg. Vooral omdat er volgens hem aan de onderkant nieuwe mensen bijkomen die onvoldoende geletterd zijn.

“We accepteren eigenlijk dat mensen minder geletterd van school komen en dat vind ik wel een zorg”, zegt Wanders.

Daarnaast is er een grote groep die moeite heeft met digitale vaardigheden. Hoe groot die groep precies is, is niet bekend, maar Wanders spreekt over een schatting van ongeveer twintig procent. Daarmee ontstaat volgens hem een nieuw probleem naast de traditionele laaggeletterdheid.

Alleen kunnen lezen en schrijven is tegenwoordig namelijk niet meer voldoende. Veel dagelijkse zaken moeten digitaal worden geregeld: van toeslagen en inkomen tot het kiezen van een energieleverancier. Wie daar niet goed mee overweg kan, loopt het risico achterop te raken. “Dat bevordert ook uitsluiting in de maatschappij”, aldus Wanders.

Werkvloer als belangrijke vindplaats

De aanpak van basisvaardigheden is de afgelopen jaren daarom verbreed. Waar het ooit vooral ging over mensen die moeite hadden met lezen en schrijven, gaat het inmiddels ook over rekenen en digitale vaardigheden. In Emmen gebeurt dat onder meer via het Taalhuis, taalmaatjes en projecten gericht op mensen die Nederlands als tweede taal leren.

Met Basisvaardig op de Werkvloer wordt specifiek geprobeerd werknemers via hun werkgever te bereiken. Binnen de Regiodeal ligt de nadruk op vier sectoren: schoonmaak, logistiek, bouw en techniek. Volgens Wanders zijn juist daar grote groepen werknemers te vinden die met de aanpak bereikt kunnen worden.

Werkgevers kunnen ondersteuning krijgen bij het opzetten van leertrajecten. Een groot deel van die trajecten kan vanuit de Regiodeal worden gesubsidieerd, waardoor bedrijven zelf vaak maar een beperkt deel van de kosten hoeven te dragen.

Volgens De Groot zijn bedrijven doorgaans bereid iets te doen wanneer zij de signalen en gevolgen eenmaal herkennen. De sectorspecialisten helpen hen daarbij met de eerste stappen. “We proberen het gevoel van schaamte weg te nemen”, vertelt hij.

Dat gebeurt bijvoorbeeld door werkgevers voorbeelden te laten zien van bedrijven die al met basisvaardigheden aan de slag zijn gegaan. Ook worden taalambassadeurs ingezet om uit eigen ervaring te vertellen wat beperkte basisvaardigheden in het dagelijks leven en op het werk betekenen. “Dat maakt echt een wereld van verschil”, zegt Zandvliet.

Tijd om te leren

Volgens Zandvliet ligt er uiteindelijk ook een duidelijke verantwoordelijkheid bij werkgevers. Geld voor een cursus of leertraject alleen is niet genoeg. Werknemers moeten tijdens hun werk ook daadwerkelijk de ruimte krijgen om aan hun vaardigheden te werken.

De ambitie reikt ondertussen verder dan de vier sectoren die nu binnen de Regiodeal centraal staan. Samen met de provincie wordt gekeken of de aanpak uiteindelijk breder beschikbaar kan worden gemaakt voor werkgevers.

De boodschap van de sectorspecialisten is daarbij eenvoudig: lage basisvaardigheden zijn niet alleen een probleem van de werknemer. Ook een werkgever heeft er belang bij dat medewerkers instructies begrijpen, digitaal mee kunnen komen en veilig en zelfstandig hun werk kunnen uitvoeren.

De tweede aflevering sloot Vincent Corjanus af met ‘Verstild verlangen’.


De derde aflevering van Taalpraat is op donderdag 10 september om 19.15 uur te zien op ZO!34.