Wie in Schoonebeek en omgeving een oude beschilderde melkbus op zolder of in de woonkamer heeft staan, zou zomaar een werk van Jennegien Elzing-Ensing in handen kunnen hebben. De kunstenares en schrijfster maakte in haar leven een enorme hoeveelheid werk. Een deel daarvan is nu samengebracht in een expositie in Schoonebeek.
Elzing-Ensing (1918-2010) liet zich vooral inspireren door het boerenleven en de geschiedenis van haar eigen omgeving. Boerderijen uit Schoonebeek en omgeving kwamen veelvuldig terug in haar werk. Ze schilderde ze op doek, maar vooral haar beschilderde melkbussen werden bekend.
"Honderden melkbussen heeft ze beschilderd", vertelt Roelie Vrielink van stichting De Spiker. Zij werkte mee aan de expositie en vertelde erover in ZO! op Zondag. "Heel veel spullen hebben we in bruikleen gekregen, van schilderijen en dakpannen tot melkbussen. We zijn echt overrompeld. Het is zo mooi om alles nu bij elkaar te zien."
De creativiteit zat er bij Elzing-Ensing al vroeg in. Op de basisschool begon ze met tekenen. Later legde ze zich steeds meer toe op schilderen en ontwikkelde ze haar eigen herkenbare stijl.
Daarbij bleef haar eigen omgeving een belangrijke inspiratiebron. Op veel van haar werken staan boerderijen en andere herkenbare plekken uit Drenthe en vooral Schoonebeek en omgeving. Maar ze beperkte zich niet tot schilderijen en melkbussen. Ze beschilderde bijvoorbeeld ook dakpannen, maakte beelden en ontwierp versierwagens en bogen.
Bij bijzondere gelegenheden liep ze samen met haar man in Schoonebeekse klederdracht. Ook in haar boeken speelde het leven van vroeger een belangrijke rol. Haar boek Hoe was 't vrogger? werd zeer populair en later schreef ze ook Spellegies die wij speulden, waarin oude kinderspelletjes centraal staan.
"Iedereen kende haar en iedereen wilde haar boekje hebben", vertelt Vrielink. “Het is het meest verkochte boek van Drenthe".
Bijzonder aan haar verhaal is volgens Vrielink ook de periode waarin Elzing-Ensing haar werk maakte. Ze was moeder van negen kinderen en begon als huisvrouw steeds meer tijd aan haar creatieve werk te besteden. Vanaf de jaren zeventig tot ver na de eeuwwisseling bleef ze bijzonder productief.
"Als je ziet wat een enorme hoeveelheid werk een huisvrouw in die tijd heeft gemaakt, dan is dat heel bijzonder", zegt Vrielink. "Ze was ook heel dankbaar dat ze van haar man en haar gezin de ruimte kreeg om zich artistiek te ontwikkelen."
Haar man speelde daarin bovendien een actieve rol. Een van de meest bijzondere onderdelen van de expositie vindt Vrielink een serie kleine schilderijtjes. Haar man maakte daarvoor zelf de omlijstingen, met hout dat hij uit het bos haalde.
Voor Elzing-Ensing hoefde haar werk overigens geen grote artistieke carrière op te leveren. Haar belangrijkste drijfveer was veel eenvoudiger. "Het was haar hobby. Ze vond het gewoon ontzettend leuk om te doen en om andere mensen ermee blij te maken."
Hoeveel werk Elzing-Ensing in haar leven precies heeft gemaakt, is moeilijk vast te stellen. Dat veel ervan nog altijd bij mensen thuis staat, bleek wel tijdens de voorbereidingen van de expositie. De organisatie kreeg vanuit verschillende kanten werken aangeboden.
"We zijn overrompeld door de hoeveelheid schilderijen, beelden, dakpannen en melkbussen die mensen beschikbaar hebben gesteld", aldus Vrielink.
In de Waag'nschuur wordt aan de hand van haar werk, foto's en krantenknipsels het levensverhaal van Elzing-Ensing verteld. Ook in het voormalige gemeentehuis is haar werk te zien. Daar hangen tientallen schilderijen, van kleine werken tot grote doeken. Voor de tentoonstellingen zijn daarnaast tientallen beschilderde melkbussen bij elkaar gebracht.
De expositie draagt de Drentse titel Aij niet wat begunt, kuj ok niet weet’n daj ’t kunt, een uitspraak die goed past bij de manier waarop Elzing-Ensing zich gedurende haar leven steeds nieuwe technieken eigen maakte.