Voor DZOH-trainer Karlo Meppelink was het afgelopen seizoen er een met veel veranderingen. “Afgelopen seizoen hebben we veel meegemaakt en beleefd; het was wel een gek jaar.”
In het Sportcafé schoof Karlo Meppelink aan om het te hebben over de kansen en ambities van DZOH volgend jaar. Ook blikte hij terug op een succesvol en bewogen jaar, waarin de Emmense club vrijwel opnieuw moest beginnen.
De grootste uitdaging lag in de samenstelling van de selectie. Van de spelersgroep van het seizoen daarvoor bleven slechts drie spelers over, waardoor er een vrijwel volledig nieuw team moest worden opgebouwd. Volgens Meppelink begon dit proces met het analyseren van de kwaliteiten van de beschikbare spelers. “We moesten eerst kijken naar de poppetjes die we hadden, we hadden niet echt buitenspelers.” Vanuit die basis werd gewerkt aan een speelwijze die aansloot bij de groep.
Dat de selectie grotendeels uit jonge spelers bestond, zag de trainer als een voordeel. “Een jonge groep kun je zelf nog kneden; die moet met die spelen en die gaat zo spelen.” Tegelijkertijd bracht dat ook uitdagingen met zich mee, waarbij het vinden van de juiste balans in het spel een belangrijk aandachtspunt was.
Ondanks alle veranderingen zag Meppelink al vroeg positieve ontwikkelingen. Tijdens de eerste bekerwedstrijd tegen Excelsior liet zijn ploeg zien dat het mee kon op niveau: “Eerste bekerwedstrijd: tegen Excelsior gespeeld en toen kwamen ze best goed mee.” Naarmate het seizoen vorderde, werden de prestaties steeds stabieler, nadat de resultaten in het begin nog wisselvallig waren.
Volgens de trainer draait succes niet alleen om kwaliteit aan de bal. “Je hoeft niet altijd met de beste spelers te spelen of het mooiste voetbal te hebben, passie en bezieling zijn belangrijker.” Die mentaliteit vormde volgens hem een belangrijke basis voor het seizoen dat DZOH uiteindelijk draaide.
Naast zijn ervaringen bij DZOH sprak Meppelink ook over zijn periode in Duitsland, waar hij vier jaar trainer was van Emmlichheim. Daar merkte hij duidelijke verschillen met Nederland. Trainers genieten er meer aanzien, spelers spreken hun trainer met ‘u’ aan en de hiërarchie binnen clubs is groter. Ook op trainingsgebied zag hij verschillen: in Duitsland viel het op dat in Nederland vrijwel alles met de bal wordt gedaan.
Met de technische staf die aanblijft, kijkt Meppelink positief naar de toekomst. Zelf blijft hij eveneens ambitieus. Zijn droom is om ooit trainer te worden van FC Bayern München, maar voor de komende jaren heeft hij een doel dat dichterbij ligt. “Over vijf jaar hoopt hij de visieclub te mogen trainen, of assistent-trainer te zijn in het betaalde voetbal.”
Na een seizoen vol veranderingen lijkt de basis daarvoor in ieder geval gelegd, zowel voor Meppelink als voor DZOH.