De gemeente Coevorden gaat opnieuw de eikenprocessierups te lijf. De bomen zijn bespoten met een speciaal biologisch preparaat. Hoe werkt dat precies?
De bespoten bomen bevinden zich in gebieden waar volgens Coevorden veel overlast wordt verwacht. In gebieden waar veel vlindersoorten voorkomen, wordt niet gespoten. Ook in de buitengebieden werd het spuiten beperkt, om de ontwikkeling van natuurlijke vijanden te stimuleren.
Volgens de gemeente doodt het preparaat alleen rupsen en is het veilig voor mensen en dieren.
Het preparaat, Bacillus thuringiensis (Bt), is een sporevormende bacterie. De bacterie wordt ingezet om vlinders, muggen, vliegen, kevers, mieren én rupsen te bestrijden. De ondersoorten aizawai (Bta) en kurstaki (Btk) doden specifiek de rupsen van vlinders.
Het middel wordt gespoten op de jonge eikenbladeren, waar de rupsen van eten. Het preparaat bevat in kristallen verpakte eiwittoxinen die de rupsen doden. De methode is alleen effectief wanneer de rupsen nog jong zijn en nog geen brandharen hebben.
Om deze reden gaat de gemeente later de nesten weghalen. Dit gebeurt waarschijnlijk in juni en juli. Coevordenaren kunnen via de website op een kaart zien wat er al gemeld is over een specifieke boom en wat de behandeling is geweest of gaat worden.
Op 23 maart werd de eerste eikenprocessierups gespot in Hengelo, waarmee het vorige record van 30 maart in 2024 werd verbroken. Volgens het Kenniscentrum Eikenprocessierups is de combinatie van hoge temperaturen en veel zonneschijn de oorzaak.
Wanneer de rupsen groeien, krijgen ze honderdduizenden kleine haartjes. De rupsjes laten deze haren los wanneer ze zich bedreigd of gestrest voelen. Deze haartjes kunnen bij mensen zorgen voor huiduitslag, jeuk en irritaties aan de ogen en luchtwegen.