Voor honderdduizenden mensen was de oude olifantenstal van het Noorder Dierenpark altijd een stal. Voor achttien onderduikers was het tijdens de Tweede Wereldoorlog een veilig plek. Jonge acteurs van Garage TDI gaan dit verhaal nu vertellen aan het publiek.
In de oude olifantenstal van het Rensenpark liggen hooibalen opgestapeld. Het ruikt er naar stro en het is er koud. Jongeren oefenen hier tussen de balken en oude, met graffiti bespoten, muren voor een bijzondere voorstelling. Op deze plek zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog achttien onderduikers verborgen. Nu brengen Felien Venema (12) en Femke Stam (18) dat verhaal opnieuw tot leven.
"Ik wist eerst helemaal niet dat in het Noorder Dierenpark onderduikers zaten", bekent Felien. "Maar ik vind het leuk dat ik dit nu weet en anderen mag vertellen die het misschien niet weten."
Samen met andere jongeren uit de regio speelt ze in Tussen de wilde dieren, een voorstelling van Garage TDI in het kader van Theater Na de Dam. Dat is een landelijk project waarbij jongeren voorstellingen maken over verhalen uit de Tweede Wereldoorlog. Op 4 mei worden in heel Nederland tegelijk die voorstellingen gespeeld, direct na de Nationale Dodenherdenking.
Tussen de hooibalen is de schuilplek van toen nagebouwd. Tijdens de repetities klinkt een fluisterende zin uit de voorstelling door de stal: "Een geheim moet je bewaren, een geheim mag je niet doorvertellen. Je mag 'm niet verraden, niet verklappen, want dat is hoe een geheim werkt. Een geheim kan overleven."
Het verhaal achter de voorstelling speelt zich af in 1943. Jonge mannen werden toen door de Duitse bezetter opgeroepen om in Duitsland te werken voor de Arbeitseinsatz (het inzetten van gevangenen voor dwangarbeid, red.), dat was zwaar werk. Veel jongens doken onder om daaraan te ontsnappen.
Ook verzetsmensen moesten zich verstoppen. In het Noorder Dierenpark vonden achttien onderduikers een geheime schuilplek. Tussen de onderduikers zat ook een jonge Joodse vrouw, die er tijdelijk verborgen werd gehouden.
Ze sliepen boven de olifanten, leeuwen en tijgers, op een hooizolder in de oude dierentuin. Overdag hielpen sommigen mee in het park, terwijl Duitse militairen soms gewoon door de dierentuin wandelden, zonder iets te vermoeden. Zelfs de hoogste Duitse bevelhebber in Nederland, generaal Christiansen, kwam in Emmen.
Femke ontdekte tijdens het maken van de voorstelling hoeveel er eigenlijk in Emmen gebeurde tijdens de oorlog. Eén van de bekendste verhalen uit het dierenpark gaat over een onderduiker die 's nachts ineens iets voelde bewegen naast het luik waar hij lag. Dat verhaal speelt ook een rol in de voorstelling: "Ik dacht we zijn ontdekt! Maar, het was een hele zachte aanraking. De nachten erna gaf de olifantenslurf me juist een veilig gevoel."
Felien speelt meerdere kleine rollen in het stuk. "Ik speel iemand die een heel verhaal aan het vertellen is over de nazi's, waar helemaal niks van klopt. Dat vind ik heel leuk om te doen."
Even later roept ze lachend een zin uit de voorstelling: "De Duitsers waren mega gemeen! De nazi's waren toch gewoon slecht!"
De tekst gaat verder onder de foto

Volgens regisseur Kim Oosterhoff draait Theater Na de Dam niet alleen om geschiedenis leren, maar ook om begrijpen wat zulke verhalen vandaag nog betekenen. "Het was heel mooi om te zien hoe de jongeren zich elke dag meer openstelden", zegt ze. "En in hun eigen geschiedenis zijn gedoken van de Tweede Wereldoorlog. Ik denk dat die geschiedenis heel veel raakvlakken heeft met vandaag de dag."
De voorstelling wordt gespeeld op 3 en 4 mei, met middag- en avondvoorstellingen. Spannend vinden Felien en Femke het zeker. "Het is af en toe een beetje stressen", zeggen ze lachend tegen elkaar. "Maar het komt wel goed." "Ja", antwoordt de ander meteen. "Dat weet ik zeker."