Jan levert je historische streken: Emmen wint overtuigend van Noordster (5–0)

Foto: Nieuwsblad van het Noorden 22-12-1952

Emmen wint overtuigend van Noordster (5–0)
Matig spel, maar ruime en verdiende overwinning

Onder verrassend goede omstandigheden werd op het sportpark in Emmen de wedstrijd tegen Noordster gespeeld. Het veld lag er uitstekend bij en was goed bespeelbaar. De opkomst van het publiek viel echter tegen, waarschijnlijk omdat het doorgaan van de wedstrijd niet bij iedereen bekend was.

De wedstrijd zelf was niet van hoog niveau. Beide ploegen begonnen stroef, mogelijk door een langere periode zonder wedstrijden. Het duurde even voordat er sprake was van enig samenhangend spel.

Emmen kreeg als eerste grip op de wedstrijd. De verdediging schoof goed door en ondersteunde het middenveld, waardoor de aanvallen steeds beter op gang kwamen. Noordster werd teruggedrongen en moest vooral verdedigen, waarbij de achterhoede het zwaar te verduren kreeg.

Na ongeveer 25 minuten viel de openingstreffer. Na een corner ontstond een rommelige situatie voor het doel en de scheidsrechter gaf een strafschop. Die werd benut: 1–0. Daarmee was het verzet van Noordster eigenlijk al gebroken.

De organisatie bij de bezoekers raakte daarna zoek en Emmen kreeg volop kansen. Voor rust liep de thuisploeg uit naar 3–0, wat een terechte afspiegeling van het spelbeeld was.

Na de pauze probeerde Noordster nog terug te komen in de wedstrijd en had het kort een betere fase, maar echt gevaarlijk werd het niet. Emmen nam al snel weer het initiatief over en breidde de voorsprong verder uit. Een goed uitgespeelde aanval leverde de 4–0 op, waarna een tweede strafschop de eindstand op 5–0 bepaalde.

Opvallend was dat de score nog hoger had kunnen uitvallen als Emmen zorgvuldiger met de kansen was omgegaan.

Voor Noordster is deze nederlaag een duidelijke waarschuwing. De ploeg miste samenhang en overtuiging en zal zich moeten verbeteren. Emmen boekte zonder groots te spelen een ruime en verdiende overwinning.

Lees hier meer columns van Jan Veenstra.