Jan levert je historische streken: Hoe men in 1906 naar Nieuw-Amsterdam keek

Veenoord, De Singel. Foto: Dorpsarchief Nieuw-Amsterdam Veenoord

Hoe men in 1906 naar Nieuw-Amsterdam keek

Voor een lezer in 1906 was Nieuw-Amsterdam geen “gewoon dorp”, maar een plek in wording—een soort experiment aan de rand van de bewoonde wereld.

Het Nieuwsblad van het Noorden schreef op 18-03-1906 het volgende.

Het ontstaan van de veenkolonie Nieuw-Amsterdam gaat terug tot 1851, toen de Drentsche Landontginningsmaatschappij, gevestigd in Amsterdam, hier veengronden aankocht.

Als men met Nieuw-Amsterdam dat deel van de gemeente Emmen bedoelt dat in een van de recente plannen als aparte gemeente zou worden voorgesteld, dan bedoelt men het gebied ten zuiden van de Verlengde Hoogeveense Vaart, een streek met ongeveer 8000 inwoners. De verschillende delen van die streek heten Nieuw-Amsterdam, Amsterdamscheveld, Wilhelmsoord (Luksham), Erica en Barger-Oosterveen (met onder andere Dordschebrug, Zwartemeer en Zesde Blok).

Uiteraard gaat een dergelijke verdeling van de gemeente met grote moeilijkheden gepaard. Aan een correspondentie uit Emmen aan de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 8 februari 1904 ontlenen wij het volgende:

“In verband met de grote uitgestrektheid van deze gemeente, de snelle bevolkingsgroei als gevolg van de ontginningen, de nog zeer primitieve vervoersmogelijkheden in veel gebieden en met het oog op gemakkelijker contact tussen de inwoners en het gemeentebestuur, beter politietoezicht en een meer geordend maatschappelijk leven in het algemeen, is de wens om de gemeente te verdelen de laatste tijd herhaaldelijk geuit. De vroegere commissaris van de Koningin, de heer Van Swinderen, was in principe een voorstander van deze verdeling; op zijn verzoek heeft het gemeentebestuur tal van gegevens verzameld voor dit doel. Met zekerheid kan nu worden meegedeeld dat de nieuw benoemde commissaris hierover een andere mening heeft en dat daarom van het plan tot splitsing wordt afgezien.”

In Nieuw-Amsterdam vindt men één hervormde kerk, één christelijk-gereformeerde kerk, één gereformeerde kerk en één Israëlitische kerk. In Amsterdamscheveld is één gebouw dat bij de hervormde kerk hoort; in Erica is één rooms-katholieke kerk en één hervormd lokaal; in Barger-Oosterveen één gereformeerde kerk, één rooms-katholieke kerk en één hervormd lokaal.

Het aantal scholen is als volgt: één in Nieuw-Amsterdam, twee in Amsterdamscheveld, één in Barger-Erfscheidenveen (Luksham), één in Erica, één aan de Ericaseweg, één in Dordschebrug, en daarnaast bijzondere scholen in Barger-Oosterveen (Dordschebrug) en Barger-Oosterveen (Zwartemeer).

In Nieuw-Amsterdam bevinden zich twee kalkfabrieken. In Veenoord, dat weliswaar tot de gemeente Sleen behoort maar tot Nieuw-Amsterdam gerekend mag worden, bevindt zich een kwekerij van haagplanten (zoals meidoorn en beuk) en van bos-, loof- en fruitbomen. Deze kwekerij is eigendom van de heer Gratama, burgemeester van de gemeente Sleen, en heeft een oppervlakte van ongeveer 10 tot 12 hectare.

Of Nieuw-Amsterdam een bloeiende veenkolonie zal worden, moet de toekomst uitwijzen. De dalgrond is van goede kwaliteit; hij wordt nu al verkocht voor 750 gulden per hectare en zal misschien nog duurder worden. De zwakke plek ligt echter in de aanleg: de veenpercelen lopen namelijk evenwijdig aan het hoofdkanaal, waardoor de boerderijen niet langs het kanaal komen te liggen, maar meer midden in het veld.

Nieuw-Amsterdam is er sterk op vooruitgegaan nadat het aantal verkeerswegen groter en beter werd (kanalen, de Eerste Drentse stoomtram, de Dedemsvaartse stoomtram en de spoorlijn van de N.O.L.S.). Ongeveer een halve eeuw geleden werd hier de eerste spade in de grond gestoken. Arbeiders vestigden zich hier vanuit andere streken; aan weerszijden van het kanaal verschenen hun eenvoudige, kale woningen. Maar er werd voortdurend verder gewerkt aan de ontginning van de enorme veenmassa.

De woeste grond werd ontgonnen. Oost-Drenthe is niet meer zo eentonig en leeg als voorheen. Steeds meer arbeiders en middenstanders vestigden zich hier. Steeds verder schoof de ontginning op en moest de uitgestrekte heide- en veenvlakte wijken voor het glanzende graafijzer van de veenkolonist.

“De veenboer meet met zijn veenstok het veen,
Hij past en verdeelt en denkt na.
De ijverige gravers trekken eropuit,
Met opschot, stikker en spade.”

De veenkolonist baande de weg voor de burgerij; landbouw, handel en nijverheid kwamen op.

Nieuw-Amsterdam is een plaats met toekomst. Wat vaak ontbreekt in een jonge veenkolonie – een zekere aantrekkelijkheid en verzorging – vindt men hier wél.

In plaatselijke bladen hoort men vaak spreken over de “Zijtak”. Dit is de verbinding tussen het Stieltjeskanaal en de Verlengde Hoogeveense Vaart. Als vaarroute heeft deze Zijtak echter een slechte reputatie. Onder andere de schippersvereniging “Schuttevaer” heeft zich met deze kwestie beziggehouden. Veel schepen nemen hun lading daarom grotendeels in de zogenaamde haven, het begin van het Stieltjeskanaal.

Afgelopen zomer hoorde men spreken over een nieuwe verbinding van de Verlengde Hoogeveense Vaart boven de Heemskerksluis (de andere sluis ter plaatse heet Kalffsluis) met het Stieltjeskanaal, via Nieuw-Haarlem en vervolgens langs het kanaal. Voor de ontwikkeling van Nieuw-Amsterdam zou deze verbinding echter zeker nadelig zijn.

Als kenmerkend voor Nieuw-Amsterdam noemen we ook de nederzettingen van de Drentsche Land- en Veenontginningsmaatschappij, een Amsterdamse maatschappij die hoofdzakelijk eigenares is van het Amsterdamscheveld (overgedragen bij akte van 28 juni 1851 tussen de markegenootschappen van Noord- en Zuidbarge en deze maatschappij).

Het hoofdkanaal heet het Dommerskanaal. Aan het begin daarvan vindt men vijf fraaie buitenhuizen. Kennelijk heeft men ooit het plan gehad om daar het centrum van Nieuw-Amsterdam te vestigen. Ook bevindt zich hier een kleine kwekerij, waarvan de jonge bomen langs de wegen van de maatschappij worden geplant.

Een wandeling door de veenkolonie in de zomer laat zien hoe Nieuw-Amsterdam is gegroeid: van een klein begin tot iets groots.

Lees hier meer: Jan levert je historische streken


Afbeelding met Menselijk gezicht, persoon, glimlach, VoorhoofdAutomatisch gegenereerde beschrijving

Mystieke Verhalen van Zuidoost-Drenthe

Een Reis Door de Tijd. De geschiedenis van Zuidoost-Drenthe reikt ver terug in de tijd. Jan Veenstra uit Coevorden neemt je mee naar de oorsprong van deze regio, waar sporen van prehistorische nederzettingen en oude rituelen nog steeds voelbaar zijn. Van hunebedden tot grafheuvels, elke plek vertelt een verhaal dat weerspiegelt in de ziel van dit land. Elke woensdag lees je op zo34.nl een stukje uit de geschiedenis maar op zijn website vind je nog veel meer!