Van witte band tot rode band: halve eeuw karate voor Jenne Dekker uit Coevorden

Foto: ZO!34

Hij begon met karate toen hij negentien was en is inmiddels zeventig. Jenne Dekker draagt de titel shihan, wat voorbeeldleraar betekent. De grootmeester uit Coevorden staat al een halve eeuw op de tatami, heeft de negende dan, draagt de rode band en runt zijn eigen vechtschool.

In het Sportcafé vertelt hij waarom agressie geen rol speelt in karate, wat er in vijftig jaar is veranderd en wat de sport mensen kan leren.

Stappen en banden

In karate heb je gekleurde banden, de kyu-graden, voor leerlingen en daarna zwarte banden, de dan-graden, voor gevorderden. “Je begint met de witte band en werkt via verschillende kleuren naar de zwarte band toe. De banden worden steeds donkerder”, legt Dekker uit. Elke stap heet een kyu-graad. Je begint bij een hoge kyu, bijvoorbeeld de tiende kyu, en werkt naar beneden tot de eerste kyu. Hoe lager het nummer, hoe verder je bent. In deze periode leren karateka vooral de basis, zoals standen, technieken, kata’s en sparren.

Na de laatste kyu-graad kun je examen doen voor de zwarte band. Dat is de eerste dan. Daarna begint een nieuw systeem met dan-graden. Deze zijn voor gevorderden en meesters. De graden lopen op van de eerste dan tot soms de tiende dan.

Van de eerste dan kun je doorgroeien tot hogere graden. Tussen het halen van de graden zit vaak tien tot vijftien jaar. Daarna hangt het af van je inzet, van grootmeesters en van wat je zelf blijft doen. Je kunt ook een hogere dan krijgen door de prestaties van je leerlingen. “Wanneer je goede leerlingen hebt die goed presteren op wedstrijden, kan een grootmeester je daarvoor gradueren”, vertelt Dekker.

Na meerdere zwarte banden volgt een rood-witte band. Bij de negende dan wordt de band volledig rood. De tiende dan is uitzonderlijk en wordt vaak gegeven aan mensen die de sport hebben opgebouwd of veel scholen hebben opgezet.

Discipline en respect

Volgens Dekker draait karate niet om agressie, maar om respect en controle. “Je leert iemand raken, maar ook wanneer je moet stoppen”, legt hij uit, “het verschil met kickboksen is dat je daarbij alleen mensen raakt, maar bij karate leer je mensen ook timen.”

In de dojo - een traditionele Japanse trainingsruimte voor vechtsporten - gelden vaste regels. Eerst komen de leerlingen de zaal in, daarna de zwartbanders en als laatste de meester. Iedereen staat in een rij om elkaar te groeten. “Dit respect is vanzelfsprekend, dat weet je na één les. Discipline hoort bij de sport”, aldus Dekker.

Karate vroeger en nu

De sport is in vijftig jaar veranderd. Tegenwoordig dragen karateka hoofdbeschermers en bescherming voor handen en voeten. “Vroeger droegen we dat niet, maar wel van die harde bescherming om de handen.” Zo hard zelfs, dat Dekker een tand van een tegenstander eruit sloeg.

Het contact met zijn leden vindt Dekker het mooiste aan karate. “Als iemand niet goed mee kan komen, dan wordt hij even apart genomen door een ander lid.”Het contact onderling blijft goed, ‘een grote familie’ spreekt hij van. Wij staan voor elkaar, dat was vroeger niet zo, dus dat is wel heel prettig nu.”

Beginnen met karate

Wie begint met karate, krijgt veel begeleiding. “In het begin word je vaak even apart genomen door een leraar om de basis goed te leren.” Nieuwe leden kunnen eerst drie proeflessen volgen en besluiten of de sport bij hen past.


Je ziet het sportcafé op woensdagavond om 19.20 uur op ZO!34 TV of Online. Bekijk hier waar we te vinden zijn op jouw televisie. Geen tijd om te kijken? Geen probleem! Na de uitzending kun je deze terugkijken via ZO!34 gemist.