In de gezinslocatie van het COA in Emmen geeft Johan Westra Nederlandse les op drie niveaus: basaal, vervolg en B1. Hij meldde zich aan als vrijwilliger om mensen de taal te leren die dat graag willen. “Mensen mogen Nederlands leren, ze moeten niets.”
Tijdens de Dag van de Moedertaal in Facet vertelde hij over zijn lessen waarin hij minstens zoveel leert van zijn leerlingen als andersom. De insteek van zijn lessen is helder: de taal leren moet plezierig zijn. Een andere doelstelling van hem is het zelfredzaam worden van mensen en zeggenschap krijgen over hun eigen situatie. Een mevrouw uit zijn klas had altijd haar dochter of een tolk nodig om naar de huisarts te gaan. Maar tegenwoordig kan zij zelfstandig terecht bij de dokter.
“Nederlands is een hele moeilijke taal,” aldus Westra. “Lidwoorden bijvoorbeeld krijg je van je moeder mee, die leer je lastig.” Daarnaast is taal meer dan regels en rijtjes stampen. Westra legt uit dat woorden naast betekenis ook gevoelswaarde hebben. Zo kan het woord ‘zee’ bij de één een prettig gevoel oproepen, door herinneringen aan een zonsondergang op het strand van Scheveningen. Een ander krijgt er juist droevige gevoelens bij, omdat hij ooit dobberde op zee onderweg naar een veilige haven. En weer een ander heeft nog nooit de zee gezien. Taal krijgt context door verhalen te delen met elkaar.
In de groepen van het COA zitten mensen uit de hele wereld, van China tot Nigeria. Niemand heeft dezelfde moedertaal en om deze reden gebruikt de groep als voertaal het Nederlands. Een voertaal is de taal die je volgens afspraak gebruikt wanneer je verschillende taalachtergronden hebt. Zo groeit het Nederlands langzaam uit tot de gemeenschappelijke basis en leert de groep van en met elkaar.
Kinderen leren de taal vaak sneller dan hun ouders, vertelt Westra. Soms zoeken cursisten omwegen om zich uit te drukken, bijvoorbeeld via Google Translate of met tekeningen op het bord. “De groep gaat samen op weg.” De lessen bestaan voor een groot deel uit improviseren en inspelen op wat er in de groep gebeurt. Verder gebruikt hij vaak verhalen en gedichten.
Westra merkt dat hij zelf minstens zoveel leert. “Ik ben een van de rijkste mensen wat betreft taal in Nederland.” Juist door iets uit te leggen aan iemand die het niet begrijpt, ontdek je hoe vanzelfsprekend je eigen woorden zijn.
In zijn klas komen mensen vanuit allerlei plekken van de wereld samen. Mensen die hun moedertaal en vaderland hebben achtergelaten, maar hier stap voor stap bouwen aan een nieuwe taal en meer grip op hun eigen leven in Nederland.