Jeroen Huizing: 'Van Tuindorp heb ik echt even buikpijn gehad'

Foto: Gemeente Coevorden

Geschreven door Jeroen Mulder

Jeroen Huizing neemt na twaalf jaar wethouder te zijn geweest, afscheid van de Coevorder politiek. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart draagt hij het stokje over.

In Zo! op Zondag blikt hij terug op twaalf jaar wethouderschap. “Voordat je houdbaarheidsdatum is verstreken, moet je zelf besluiten dat het tijd is om te gaan.”

Veiligheid boven alles

Slapeloze nachten had hij zelden, vertelt hij. Toch is er een dossier blijven hangen: Tuindorp. Na meerdere onrustige avonden met geweld en forse politie-inzet besloot het college in juli vorig jaar af te zien van de opvang van minderjarige meisjes in de wijk. Er werd zelfs een noodverordening ingesteld.

“Daar hebben mijn collega’s en ik echt mee geworsteld,” vertelt Huizing. “Voor de buitenwereld leek het alsof we waren gezwicht voor terreur. Maar wij moesten ons afvragen: wat betekent het voor die meisjes als we dit doorzetten? Kunnen we hen daar nog een veilig thuis bieden?”

Die vraag gaf uiteindelijk de doorslag. “Het voelde niet goed om te stoppen, maar hun veiligheid moest vooropstaan. Ik heb er niet wakker van gelegen, maar wel buikpijn van gehad.”

Na twaalf jaar wethouderschap overheerst trots, zegt hij. Maar ook realiteitszin. “Je moet op tijd vertrekken. Bestuur is geen bezit, het is tijdelijk vertrouwen.”

Een team zonder ervaring

Jeroen Huizing weet het nog exact: 8 april 2014. “We begonnen met drie nieuwe wethouders: Jan Zwiers, Joop Brink en ik. Geen van ons had ervaring, maar vanaf dag één voelden we dat we een team waren.” Dat gevoel, zegt hij, is in al die jaren niet verdwenen.

Juist die collegialiteit maakt zijn vertrek niet eenvoudiger. “De samenwerking is goed. Dat is niet de reden om te stoppen.” De keuze zit ergens anders. “Na zo’n periode moet je jezelf eerlijk afvragen: wil ik nóg een termijn? Ik ben niet uitgekeken op Coevorden en ook niet op het wethouderschap. Maar er zit een houdbaarheidsdatum op de combinatie Coevorden, wethouder en Jeroen Huizing.”

Volgens Huizing is dat geen dramatisch moment, maar een nuchtere constatering. “Ik heb niet het gevoel dat ik eroverheen ben gegaan. Ik proef geen vermoeidheid in het college of in de raad. Maar bij mezelf merk ik dat het allereerste enthousiasme iets minder is.”

Besturen is deels herhaling, ziet hij. “We praten nu over financiële krapte. Twaalf jaar geleden was het nog veel nijpender. Dan denk je soms: waar hebben we het over? Maar dat is niet de houding die je moet hebben. Je hebt iemand nodig die zegt: dit ga ik rechtzetten en die daar fris en vol overtuiging in stapt.”

Zware dossiers: jeugdhulp en stikstof

Voor Huizing is het helder waar de grootste hoofdpijndossiers lagen. “Jeugdhulp is voor iedere wethouder een zware portefeuille. Je weet vooraf al dat je er met het budget niet uitkomt. Volgens hem zit het probleem dieper dan geld alleen: “Het stelsel is zo ingericht dat je jongeren niet altijd de hulp kunt bieden die ze nodig hebben. Dat schuurt. Je wilt sneller schakelen, eerder ingrijpen, maar je loopt tegen systeemgrenzen aan.”

Ook landbouw en natuur waren geen eenvoudige thema’s. “Veel mensen zetten die twee tegenover elkaar, maar ze kunnen niet zonder elkaar.” In Zuidoost-Drenthe werken boeren en natuurorganisaties vaak samen. Als je ze elkaars taal laat spreken, kun je stappen zetten.”

Daarmee komt hij bij het stikstofvraagstuk. “Dat is een rijksdossier dat bij de provincies is neergelegd. Maar onze boeren zitten met onzekerheid aan de keukentafel.” Volgens Huizing is de rol van een gemeente dan beperkt, maar niet onbelangrijk. “Je kunt het probleem niet oplossen, maar je kunt wel het gesprek organiseren.”

In Coevorden werd de landbouwstructuur en biodiversiteit in kaart gebracht, waarna samen met boeren en natuurorganisaties naar oplossingen werd gezocht. “Niet top-down, maar als gezamenlijke beslissing. Anders krijg je weerstand. Nu krijg je draagvlak.”

Vertrouwen en nabijheid

Huizing zag het vertrouwen in de overheid in de jaren voor corona langzaam groeien. “We betrokken inwoners steeds meer bij plannen en processen. Dat werkte. Mensen voelden zich gehoord.”

De coronapandemie gooide dat proces volgens hem terug. “In het begin bracht het de samenleving dichter bij elkaar. Maar daarna zag je ook polarisatie ontstaan. Wantrouwen groeide weer. We zijn daar nog niet volledig van hersteld.”

Voor zijn opvolger heeft hij daarom een praktische, bijna ouderwetse boodschap: wees zichtbaar. “De drempel van het gemeentehuis kan hoog zijn. Gelukkig word je als wethouder veel uitgenodigd. Ga erheen. Het echte werk ligt buiten het gemeentehuis. Aan de keukentafel, bij verenigingen, op het erf.”

En wat hij zelf gaat doen na 18 maart? Daar heeft hij nog geen uitgestippeld plan voor. “Ik ben niet bang voor een zwart gat,” zegt hij nuchter. “Er komt vanzelf iets op mijn pad.”