Geschreven door Jeroen Mulder
Hoeveel Drents hoor je nog op het schoolplein? Of in de supermarkt? In Zuidoost-Drenthe noemen veel mensen het nog altijd hun moedertaal, maar de streektaal staat onder druk. Toch is er volgens Renate Snoeijing van het Huus van de Taol geen reden voor doemdenken. “We hoeven niet somber te zijn, maar we mogen best wat trotser zijn op onze taal.”
Snoeijing was te gast in een thema-uitzending die volledig in het teken stond van de Dag van de Moedertaal. Het Huus van de Taol zet zich al jaren in voor behoud en stimulering van het Drents. Zo verschenen er onlangs tien nieuwe afleveringen van de podcast Praot Drents met mij. Daarmee staat de teller op zeventig. Maar podcasts alleen houden een taal niet levend, benadrukt Snoeijing. “Daar is meer voor nodig.”
In het landelijke coalitieakkoord is aandacht voor streektaal opgenomen. Snoeijing reageert voorzichtig. "Eerst zien, dan geloven. We hebben vaker gehoord dat Den Haag de streektaal een plek wil geven.” Over de samenwerking met de provincie Drenthe is ze positiever. “De provincie vindt de streektaal belangrijk. Tegelijk moeten we ook richting Den Haag blijven kijken.”
In het programma kwam ook Friesland aan bod, waar het Fries een verplichte plek heeft in het onderwijs. Zou dat in Drenthe ook kunnen? “Dat zou zeker een mooie stap zijn. Friesland heeft een andere status als tweede rijkstaal, maar het Fries is net als het Nedersaksisch een erkende minderheidstaal. Hetzelfde geldt voor het Limburgs. Dan is de vraag: waarom krijgt de ene taal meer status dan de andere?"
Volgens Snoeijing zou het goed zijn als kinderen op school les krijgen in de Drentse taal en cultuur. “Vanuit het Huus van de Taol werken we eraan om dat structureel in het onderwijs onder te brengen.”
Volgens Snoeijing is het belangrijk dat mensen beseffen dat het Drents, als onderdeel van het Nedersaksisch, een volwaardige taal is met eigen grammatica en woordenschat. “Dat blijven we benadrukken, maar dat blijft lastig.” Zonder dat besef dreigt het Drents een van de duizenden talen te worden die deze eeuw verdwijnen. Dat scenario vindt zij te somber. “Juist de afgelopen jaren zien we hernieuwde belangstelling voor het Drents.”
Dan volgt een vriendelijke oproep: “Laot maor zien dat je wies bunt met die taol.”
Opvallend is dat het Nedersaksisch ouder is dan het Nederlands. “Het Nederlands werd aan het eind van de Middeleeuwen als standaardtaal gevormd. Of, zoals wij zeggen: ‘bie mekaar spiekert’. Er was behoefte aan één uniforme taal naast de vele streektalen. Dat werd later het Algemeen Beschaafd Nederlands genoemd. Tegenwoordig spreken we van de standaardtaal, want ‘beschaafd’ suggereerde dat andere talen dat niet zouden zijn.”
Over het gebruik van AI bij vertalingen is Snoeijing kritisch. “Daar gruw ik van,” zegt ze. “Een taalmodel kan alleen leren als er voldoende trainingsdata beschikbaar is. Voor het Drents is die hoeveelheid online materiaal nog te beperkt.”
Het Huus van de Taol werkt wel aan uitbreiding van dat aanbod, maar voorlopig is haar advies duidelijk: “Gebruik ChatGPT niet als vertaler. Mensen weten ons steeds vaker te vinden om mee te kijken met vertalingen. Blijf dat vooral doen.”
Mogelijk krijgt het Drents binnenkort ook zichtbaarheid op straat. In Emmen wordt gekeken naar de vervanging van plaatsnaamborden, waarbij ruimte kan ontstaan voor een Drentse variant naast de officiële naam.
Initiatiefneemster en PvdA-fractievoorzitter Anita Louwes ziet dat als een kwestie van identiteit. “Het hoort bij wie je bent. Wie hier is geboren, heeft het niet over Nieuw-Dordrecht, maar over Nei-Dordt. Dat geeft verbondenheid. Je eigen cultuur moet je in je eigen taal kunnen uitspreken.”
De motie hiervoor werd twee jaar geleden al ingediend. “We wachtten op het moment dat de borden toch vervangen zouden worden. Dan is het een kleine moeite om ook de streektaal toe te voegen.”