Wat voor sportvereniging wil je zijn? Wil je een veilige vereniging zijn voor ieder lid? Volgens Henk Nijmeijer is dat de belangrijkste vraag. Iedereen zegt daar ja op. Maar hoe geef je daar concreet invulling aan? Daar begint het echte werk.
Nijmeijer is bestuurder, politicus en schrijver van Kleuren van gelijkheid, een pleidooi voor lhbti+ acceptatie, vrijheid en inclusie. Daarnaast is hij regenboogambassadeur van Drenthe. Op dit moment is hij de enige in zijn vak in Nederland: iemand die zich inzet voor acceptatie, veiligheid en gelijkwaardigheid van de lhbti+ gemeenschap. In Zo op Zondag vertelt hij hoe hij eind jaren tachtig uit een volleybalteam werd gezet, omdat hij homo was. Ook legt hij uit waarom sportverenigingen vandaag nog steeds moeten werken aan echte sociale veiligheid – in de kleedkamer, op het veld en daarbuiten. Over cultuurverandering, samenwerking en waarom een regenboogvlag alleen geen veiligheid biedt.
Als regenboogambassadeur ziet hij zichzelf niet als belangenbehartiger, maar als verbinder. “Ik zorg ervoor dat gemeenten, overheden en maatschappelijke organisaties gezamenlijk optrekken.” In zijn dagelijks werk spreekt hij met gemeenten en instellingen over sociale veiligheid in de sport, het onderwijs en op de werkvloer. Wat er leeft in de samenleving probeert hij te vertalen naar concreet beleid.
Voor Nijmeijer is het onderwerp niet theoretisch. Eind jaren tachtig werd hij uit zijn volleybalteam gestuurd omdat hij homo was. Hij werd gezien als een gevaar voor de mannen in het team.
De vraag hoe veilig de sport is voor lhbti+ sporters blijft volgens hem actueel. Landelijke programma’s alleen werken niet. Verandering moet uit het hart van de vereniging komen. “De kracht zit in samenwerking.”
Samen met Sport Drenthe startte hij een traject dat zich eerst richtte op lhbti+ acceptatie binnen sportverenigingen. Na een jaar werd de blik verbreed. Sociale veiligheid gaat niet alleen over seksuele oriëntatie, maar ook over huidskleur, migratieachtergrond, religie, geslacht en andere redenen waardoor iemand zich onveilig kan voelen. Ook seksueel overschrijdend gedrag hoort daarbij.
Veel verenigingen zeggen in eerste instantie: “Dat gebeurt bij ons niet.” Maar in gesprekken blijkt vaak dat er wel degelijk situaties zijn waarin mensen zich niet veilig voelen.
Uit die gesprekken ontstond het programma Veilige Kleedkamer, ook wel het Drents model genoemd. Het doel is een veilige sportomgeving creëren, met extra aandacht voor de kleedkamer als plek waar kwetsbaarheid groot kan zijn.
De eerste voorwaarde is helder: een vereniging moet het zelf willen. Anders begint het traject niet. Sport Drenthe begeleidt verenigingen professioneel. De provincie betaalt voor die begeleiding. Gemeenten dragen duizend euro per deelnemende vereniging bij. Verenigingen die aan de voorwaarden voldoen, kunnen een vignet ontvangen.
Het project trok de aandacht van de Raad van Europa. De Universiteit van Malta wil het Drentse model wetenschappelijk onderbouwen.
Volgens Nijmeijer draait het niet om een lijstje afvinken, maar om cultuurverandering. “Je kunt het alleen maar bouwen als je het samen doet.”
In zijn boek en lezingen spreekt Nijmeijer over de heteronormatieve samenleving. Hetero zijn geldt als norm. Alles wat daarvan afwijkt, moet zich vaak verantwoorden. 'Doe normaal' is een veelgehoorde reactie. Wie niet tot de norm behoort, lijkt zich voortdurend te moeten verdedigen.
Veel wetten zijn historisch geschreven vanuit het huwelijk tussen man en vrouw. Emancipatie en discussies over man-vrouwverhoudingen raken volgens hem ook aan dit onderwerp. Het speelt daarnaast binnen religies.
Sociale veiligheid begint volgens hem bij erkenning van verschillen. “We zijn verschillend. Daar hebben we soms moeite mee. Maar we kunnen met elkaar omgaan, ondanks die verschillen.”
Tegelijkertijd merkt Nijmeijer dat er sprake is van regenboogmoeheid. Niet weer een regenboogzebrapad. Niet weer een vlag.
Hij is kritisch op symboolpolitiek. Een regenboogvlag of -zebrapad heeft alleen betekenis als het gepaard gaat met inclusief beleid. “Alleen de vlag biedt geen veiligheid.” Zonder concrete maatregelen blijft het bij een symbool.
Aan mensen die boos of verdrietig worden van de regenboogvlag stelt hij een tegenvraag: “Heb jij ooit moeten vechten voor je eigen identiteit en bescherming van die vlag gezocht?” Voor velen heeft de vlag een diepe betekenis.
Inclusief beleid moet volgens hem vanzelfsprekend worden. Net zoals gemeenten nadenken over bankjes in de openbare ruimte, moeten ze ook nadenken over inclusie. Maak het normaal.
Uiteindelijk draait het om sociale veiligheid. In de sport, op school en op het werk. Ouders van een trans kind zouden volgens Nijmeijer niet meteen moeten worden geconfronteerd met weerstand, maar met begrip. “Hoe erg heb je geworsteld?” is volgens hem een betere eerste vraag.
Scholen, overheden en sportverenigingen hebben hierin een belangrijke taak. Verandering begint bij die ene vraag: wat voor vereniging wil je zijn?
Iedereen zegt dat hij een veilige vereniging wil zijn voor ieder lid. De echte uitdaging is om dat niet alleen te zeggen, maar het ook zichtbaar te maken in gedrag, beleid en cultuur.