Jan levert je historische streken: De nacht dat Emmen werd overvallen

Afbeelding ter illustratie van de Grote van Pancratiuskerk in Emmen in 1855. Foto: Wikimedia Commons (PD)

In de duisternis van een mistige winternacht, diep in Drenthe, kwam het gevaar niet over de weg maar uit het veen. Een grote groep bisschoppelijke soldaten — te voet en te paard — had zich dagenlang schuilgehouden in het ruige Valterholt, een nat en onherbergzaam bosgebied nabij Emmen. Op de avond van derde kerstdag, juist toen de schapen werden binnengehaald en het dorp zich op de nacht voorbereidde, sloegen zij toe.

Emmen werd volkomen verrast. Vanuit de nevel stormden de mannen het dorp binnen, vastbesloten op buit en gevangenen. Kapitein Bootsman, die met zijn compagnie in het dorp lag, aarzelde geen moment. Met beperkte middelen, maar vastberaden, stelde hij zich teweer. Tweemaal wist hij de aanvallers terug te dringen. Het leek alsof Emmen stand zou houden.

Maar verraad en misleiding deden hun werk. Enkele overgelopen bisschoppelijke soldaten liepen terug naar hun oude kameraden en riepen dat er nauwelijks verdedigers waren. Aangemoedigd zette de vijand opnieuw aan. Bootsman trok zich terug op het kerkhof, maar ook dat was niet te houden. Uiteindelijk zochten hij en zijn mannen hun toevlucht in de kerk — het laatste bolwerk van het dorp.

Vanuit de kerk werd twee uur lang gevochten. Telkens gingen de deuren open om te vuren en sloten zich weer zodra de musketten waren afgeschoten. De stenen muren boden bescherming, maar niet voor altijd. De aanvallers wisten een balk tussen de deuren te wrikken, waardoor deze niet langer gesloten konden worden. Toen het kruit opraakte, werd er gevochten met musketkolven en blote kracht.

De strijd eiste zijn tol. Ongeveer dertig bisschoppelijke soldaten bleven dood achter in Emmen en werden door hun eigen mensen haastig in een kuil begraven. Aan de kant van de verdedigers vielen slechts drie doden, maar de prijs was hoog. Kapitein Bootsman, de sergeant en zo’n veertig soldaten werden gevangengenomen en weggevoerd. Een kleine groep wist te ontkomen en bracht het nieuws naar Coevorden.

Toen in de vroege ochtend versterkingen naderden, was het te laat. Emmen was geplunderd. Paarden, koeien en schapen waren weggevoerd, al moesten veel dieren later op het veen worden achtergelaten. De bisschoppelijke troepen waren verdwenen, alsof zij door de mist waren opgeslokt.

Maar het verhaal eindigde niet in Emmen alleen. Enkele dagen later kwam het bericht dat de inwoners van Coevorden de bisschoppelijke troepen die uit Emmen waren teruggekeerd, de buit weer hadden afgenomen. Een deel van het geroofde vee werd heroverd en er werden zelfs enkele vijandelijke soldaten gevangengenomen. Wat in Emmen verloren leek, werd elders deels rechtgezet.

Op 11 januari 1665 volgde het beslissende keerpunt. Dooiweer zette in en maakte wegen en veen onbegaanbaar. De grootse plannen van de bisschop van Münster — die volgens sommigen op Coevorden waren gericht, volgens anderen op de Ommer Schans — smolten weg als water en wind. Vanuit het kamp bij Emmen trok hij zich terug naar zijn eigen land. Ruiters en vrijgelaten gevangenen brachten het bericht: de dreiging was geweken.

Wat bleef, was een gehavend dorp en een herinnering die zou blijven hangen. Emmen had de klap opgevangen, Coevorden sloeg terug, en uiteindelijk bleek niet het zwaard maar het weer de beslissende bondgenoot.

Lees hier meer: Jan levert je historische streken


Afbeelding met Menselijk gezicht, persoon, glimlach, VoorhoofdAutomatisch gegenereerde beschrijving

Mystieke Verhalen van Zuidoost-Drenthe

Een Reis Door de Tijd. De geschiedenis van Zuidoost-Drenthe reikt ver terug in de tijd. Jan Veenstra uit Coevorden neemt je mee naar de oorsprong van deze regio, waar sporen van prehistorische nederzettingen en oude rituelen nog steeds voelbaar zijn. Van hunebedden tot grafheuvels, elke plek vertelt een verhaal dat weerspiegelt in de ziel van dit land. Elke woensdag lees je op zo34.nl een stukje uit de geschiedenis maar op zijn website vind je nog veel meer!