Strooizout uitverkocht door ijzel: dit kun je zelf doen – en waarom minder zout beter is

Een berg strooizout. Foto via Wikimedia Commons

Door ijzel en aanhoudende gladheid is strooizout op veel plekken nauwelijks nog verkrijgbaar. Bouwmarkten en supermarkten zien hun voorraden snel slinken, terwijl stoepen, trappen en opritten veranderen in spiegelgladde oppervlakken. Toch zijn er alternatieven voor wie geen zakken strooizout meer kan vinden. Bovendien is minder zout gebruiken vaak niet alleen praktisch, maar ook beter voor het milieu.

Gewoon keukenzout werkt ook

Wat veel mensen niet weten: strooizout bestaat in de basis uit natriumchloride, hetzelfde bestanddeel als keukenzout. Grof zeezout of gewoon keukenzout kan daarom prima werken bij gladheid.

Zout verlaagt het vriespunt van water. Daardoor smelt ijs en bevriest smeltwater minder snel opnieuw. Wel is het belangrijk om zuinig te strooien. Een dun laagje is voldoende; een dikke witte laag werkt niet beter en veroorzaakt alleen meer schade aan de omgeving.

Preventief strooien, vóórdat het gaat vriezen, is bovendien effectiever dan achteraf een ijslaag proberen te bestrijden.

Zelf pekel maken

Wie efficiënter wil strooien, kan zelf pekel maken: zout opgelost in water. Deze oplossing hecht beter aan de ondergrond en waait minder snel weg. Maar hoe maak je het?

Je mengt ongeveer één deel zout met drie delen warm water. Roer dit goed door, zodat het zout grotendeels is opgelost. Giet het zoutwater in een gieter of plantenspuit en breng het aan op tegels, stoepen of traptreden.

Deze methode is vooral geschikt bij lichte tot matige vorst.

Geen zout? Kies voor grip in plaats van smelten

Als je geen zout in de buurt hebt, kan je de aanpak veranderen: niet smelten, maar grip creëren. Daarvoor kunnen verschillende doeltreffende alternatieven worden gebruikt. Zand is een klassieke en betrouwbare keuze die meteen extra grip geeft. Ook kattenbakvulling in een korrelige variant werkt goed als antisliplaag. Houtas kan eveneens worden ingezet; de aanwezige mineralen zorgen voor extra wrijving. Zaagsel is tot slot een eenvoudige noodoplossing die helpt om uitglijden te voorkomen. Deze middelen laten het ijs dus liggen, maar maken het oppervlak een stuk stroever en veiliger.

Schuiven blijft het belangrijkst

Wat vaak wordt vergeten: mechanisch sneeuw en ijs verwijderen is het meest effectief. Met een sneeuwschuiver of harde bezem kan de grootste laag worden weggehaald. Pas daarna heeft een dun laagje zout of zand echt effect.

Waarom strooizout niet duurzaam is

Het massale gebruik van strooizout kent ook duidelijke nadelen. Zo spoelt zout via smeltwater de bodem in, waar het wortels van planten kan beschadigen. Daarnaast raakt de natuurlijke balans van de bodem verstoord, dit zet de groei van beplanting verder onder druk.

Daar blijft het niet bij. Zout versnelt corrosie van metalen onderdelen, waardoor fietsen, auto’s en straatmeubilair sneller slijten. Ook beton en natuursteen kunnen worden aangetast. En voor huisdieren is strooizout allesbehalve onschuldig: het kan pootjes irriteren en bij oplikken maag- en darmklachten veroorzaken.

Om die redenen adviseren verschillende organisaties om terughoudend te zijn met strooien en waar mogelijk te kiezen voor zand of andere stroefmakende middelen.

Bewust omgaan met gladheid helpt daarbij. De neiging om stoepen en straten volledig wit te maken is begrijpelijk, maar vaak niet nodig. Wie eerst sneeuw en ijs wegschuift en daarna alleen gericht en spaarzaam strooit, of alternatieven gebruikt, houdt de omgeving veilig én beperkt onnodige milieuschade.

Ook zonder grote voorraden strooizout is gladheid dus goed te bestrijden, zolang de aanpak maar doordacht is.