De Spaanse griep in Zuidoost‑Drenthe – 1918
Het was een warme zomerdag in juli 1918 toen het nieuws uit het buitenland eindelijk de dorpen van Zuidoost‑Drenthe bereikte. Eerst kwam het via krantenberichten over Spanje: de koning en ministers ziek door een “geheimzinnige ziekte” die dertig procent van de bevolking had aangetast. Niemand wist precies wat het was. In Nederland stond het nieuws nog onderaan in de krant, naast de resultaten van een voetbalwedstrijd of de verjaardag van een oud-minister. Men nam het niet serieus.
Maar de ziekte kwam snel dichterbij. In juli verschenen de eerste gevallen in de grensstreek bij Duitsland: in Dalen waren er drie zieken, in Losser achtendertig. Bij plaatsen waar mensen dicht op elkaar woonden, sloeg de ziekte hard toe. Pas toen de eerste doden vielen, besefte men dat het ernstiger was dan gedacht. De Centrale Gezondheidsraad gaf adviezen: veel frisse lucht, hygiëne, luchtige woningen. Maar het was te laat om de verspreiding volledig tegen te houden.
In Emmen sloeg de griep hard toe in oktober en november. Binnen enkele weken lag een groot deel van de bevolking ziek op bed, en de ziekenzorg raakte volledig overbelast. De situatie werd zo ernstig dat de lokale dokter Lubberman uit Emmer‑Compascuum op 8 november 1918 een noodbrief zond aan de burgemeester en wethouders. In zijn brief schreef hij:
"De situatie hier in Emmer‑Compascuum is buitengewoon ernstig. Dagelijks komen er tientallen nieuwe zieken bij, en wij kunnen hen niet allen de zorg bieden die zij nodig hebben. De sterfte neemt toe, terwijl onze middelen uitgeput raken. Wij staan machteloos tegenover een ziekte die onze dorpsgemeenschap in een wurggreep houdt. Ik smeek u dringend om hulp, voordat het te laat is."
De woorden van Lubberman waren doordrenkt met wanhoop, een arts die alles probeerde, maar die zag hoe een vijandige ziekte families van hun geliefden beroofde. In november alleen al stierven in Emmen 366 mensen, een cijfer dat meer dan tien keer hoger lag dan hetzelfde maand een jaar eerder. De straten waren stil, behalve het geluid van kerkklokken die nieuwe overlijdens aankondigden. De lokale krant stond vol met overlijdensadvertenties; buurfamilies werden bijna volledig weggevaagd door het virus.
In Coevorden en omliggende dorpen waren de effecten vergelijkbaar. Slechte woonomstandigheden, overvolle woningen en veenkoloniale nederzettingen zorgden ervoor dat de ziekte zich razendsnel verspreidde. Niemand werd gespaard. Kinderen, jonge volwassenen en ouderen lagen zij aan zij ziek te bed, terwijl verplegend personeel soms zelf slachtoffer werd van de griep.
De angst was overal voelbaar. Mensen leefden op de grens tussen leven en dood. Families keken angstig toe hoe een geliefde van de ene dag op de andere in een krampachtige worsteling met de dood terechtkwam. Het sociale leven kwam volledig stil te liggen. Scholen, werkplaatsen en winkels sloten hun deuren.
De Spaanse griep was een “onzichtbare vijand” die het leven van de inwoners van Zuidoost‑Drenthe totaal veranderde. Het was een ziekte die geen onderscheid maakte tussen jong en oud, arm en rijk, en die de gemeenschap tot op het bot trof. Honderd jaar later spreken ouderen nog steeds over de angst, het verdriet en het verlies dat deze pandemie bracht. Emmen en Coevorden herinneren zich de herfst van 1918 als een donkere periode, een tijd waarin een virus in stilte toesloeg en de wereld veranderde, één dorp tegelijk.
Lees hier meer: Jan levert je historische streken

Mystieke Verhalen van Zuidoost-Drenthe
Een Reis Door de Tijd. De geschiedenis van Zuidoost-Drenthe reikt ver terug in de tijd. Jan Veenstra uit Coevorden neemt je mee naar de oorsprong van deze regio, waar sporen van prehistorische nederzettingen en oude rituelen nog steeds voelbaar zijn. Van hunebedden tot grafheuvels, elke plek vertelt een verhaal dat weerspiegelt in de ziel van dit land. Elke woensdag lees je op zo34.nl een stukje uit de geschiedenis maar op zijn website vind je nog veel meer!