Jan levert je historische streken: Coevorden en Nieuw-Amsterdam

Kasteel van Coevorden. Foto: Eigen afbeelding

Coevorden en Nieuw-Amsterdam

(Twee dagen op reis – Podagristen 4)

Een verslag uit 1878

Van de markt liep ik door de Friesche straat en „buitenom” over het kasteel naar het familiehuis. Met deze kleine tour wilde ik mijn ochtendwandeling afsluiten. Coevorden, in één oogopslag overzien, straalt welvaart uit. De stad is niet onderhevig aan de grote bouwrevolutie waaraan veel andere steden zijn blootgesteld – tot nu toe was daar geen aanleiding toe. Alle huizen staan netjes in het gelid en lijken het bevel “rechts aanhouden” of “links aanhouden” onmiddellijk te kunnen uitvoeren, maar ze presenteren zich allemaal verzorgd en hun uiterlijk toont dat er binnen rijkdom heerst.

De Friesche straat was vroeger altijd de belangrijkste van de twee hoofdstraten. Zij had aristocratische allure, terwijl de Benfheimsche straat bescheidener van toon was. In de laatste jaren is echter, mede door het kanaal naar de Vecht, het verkeer enigszins verschoven en heeft de Benfheimsche straat daar goede voordelen van ondervonden. Of er tussen deze twee hoofdstraten een volledige rolwisseling zal plaatsvinden, valt nog niet met zekerheid te zeggen. Dat zal blijken zodra de kanalen en wegen die op de toekomstige kaarten staan, zijn aangelegd en handel en scheepvaart volop bloeien.

Wat ik de beide hoofdstraten toewens, is een beter plaveisel dan ze nu hebben en – trottoirs! Bij deze wens hoorde ik iemand mompelen: “Hoofdelijke omslag!” En inderdaad, het kost wat, maar er is veel te dragen en het draagvermogen moet stevig versterkt worden.

Terwijl ik door de Friesche straat wandelde en de huizen aan weerszijden bekeek, kwamen herinneringen boven. Ik zag voor mijn geestesoog een bepaalde binnenkamer en daarin een man die, in de eerste helft van deze eeuw, met woord en pen ijverig had bijgedragen aan alles wat de toekomstige welvaart van Coevorden kon voorbereiden. Ik dacht hem daar te zien zitten in zijn fauteuil, gewapend met bril en pen, of met de pen achter zijn oor. Hand, oor en pen waren één geheel; men zag hem zelfs buiten de vesting wel eens met een ganzenveer, als een soort voelhoren.

Die binnenkamer was een ontmoetingsplaats voor velen die graag in de boekenwereld doken en wisten dat ze daar de literaire producten van de dag konden vinden, en vooral voor een paar jonge mensen die graag met de heer des huizes spraken over de “papieren kinderen” die uit Noord en Zuid naar de oude vesting waren afgeweken. Zij kwamen er gewoonlijk wat later dan in grote steden, maar het was in Holland goed bekend hoeveel waardering men in dit Drentse stadje had voor de geestesvruchten van schrijvers, en men wilde niets onthouden dat hoofd en hart kon verrijken.

In die kamer is het idee ontstaan dat drie Podagristen Drenthe zouden bereizen en beschrijven, en de Drentsche Volksalmanak, die in 15 jaargangen veel belangrijks verzamelde, is daar tot leven gekomen. Het is onmogelijk om in een vluchtig reisverslag alles te beschrijven wat in dat huis op literair gebied werd bedacht, besproken en uitgevoerd, maar ik wil toch aanraken hoeveel invloed de heer D.H. van der Scheer had op jonge mensen: hoe hij hen prikkelde om te ontdekken wat hun pen kon voortbrengen, en hoe hij zelf, in enkele vrije uren, iets bijdroeg over de geschiedenis en het volksleven in Drenthe. Dit acht ik mijn plicht te vermelden.

De middagklok riep mij terug naar mijn wandeling, maar bij de Friesche poort – ik kan het niet laten hier nog poorten te noemen, want die speelden vroeger een grote rol – hield ik halt. Vroeger stonden daar twee grote kazernes naast de wal, waar honderden soldaten in allerlei uniform van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in- en uitliepen, van de met epauletten en sabel uitgeruste majoor tot het piepjonge trompettertje dat het zware gebrul van de trom moest opvrolijken. En nu? Waar ooit de majoor alleen heerste over de „zeshonderd”, is nu een kantoor gevestigd en al die kapiteins, luitenants, sergeant-majoors en korporaals zijn verdwenen. Als er nog eens iemand in soortgelijk uniform langskomt, trekt hij de aandacht door zijn vreemde uiterlijk.

Ik liep achter de verlaten kazerne langs de molen, die het middelpunt van de algehele nivellering enigszins intact houdt, en vond het weeshuis en het voormalige gevangenisgebouw, later Franse school, nog vredig naast elkaar. In gedachten beklom ik de trap om mij weer even te verplaatsen in de zaal waar ik met mijn makkers het Frans leerde lezen en begrijpen – het is begrijpelijk dat zulke herinneringen blijven leven. Van enkelen weet ik nog hoe hun leven is verlopen; anderen zijn er niet meer.

Het kasteel bracht mij uit deze mijmeringen. Het kasteel, waar de geschiedenis van Coevorden zich concentreert, heeft ondanks alle veranderingen in de loop der eeuwen zijn waardigheid behouden. Ten tijde van de Bommen en was het al een plek van commando – van 1441 tot 1522 onder de bisschoppen van Utrecht, daarna onder diverse heersers, tot en met Napoleon I. Het kasteel staat er nog steeds, een herinnering aan een afgesloten verleden dat om meerdere redenen niet betreurd wordt.

Vroeger een vesting op zich, omgeven door gracht en ophaalbrug, beheerst het nu samen met Coevorden het omliggende landschap. Vroeger het centrum van gezag en geweld, nu een plek waar slimme geesten voortbouwen op de fundamenten van anderen, en Coevorden langzaam transformeert tot een moderne stad, middelpunt van handel en scheepvaart tussen Oost- en Zuidoost-Drenthe en Overijssel.

Zelfs wie jarenlang had getwijfeld aan de toekomst van Coevorden, ziet nu hoe de stad vooruitgaat. Klein Candia, lang vergeten, draagt weer trots en een dichter wijdde er een eerbetoon aan.

Tegelijkertijd is er nog activiteit: het kruitmagazijn wordt gesloopt, een plek die ik vroeger met ontzag aanschouwde. Vroeger waren de deuren zwaar en de muren streng bewaakt – nu breken arbeiders met moker en hamer het oude af, en toeschouwers bewonderen het werk van eerdere generaties.

Ik rustte even in het burgemeestershuis, waar ik altijd welkom ben bij iemand met wie ik mijn jeugdherinneringen deel. Daarna keerde ik terug naar het hotel, waar de dag te snel eindigde. De volgende ochtend stond ik, volgens de almanak, vroeg op met de zon, dronk een heerlijke kop thee en begon aan de terugreis. De diligence bracht me in een kort maar hartelijk afscheid van Thomas, van Coevorden naar Dalen.

Het was warm, innig afscheid, en ik vroeg me stilletjes af: hoe kom ik in de nieuwe wereld, in Nieuw-Amsterdam?

Lees hier meer: Jan levert je historische streken


Afbeelding met Menselijk gezicht, persoon, glimlach, VoorhoofdAutomatisch gegenereerde beschrijving

Mystieke Verhalen van Zuidoost-Drenthe

Een Reis Door de Tijd. De geschiedenis van Zuidoost-Drenthe reikt ver terug in de tijd. Jan Veenstra uit Coevorden neemt je mee naar de oorsprong van deze regio, waar sporen van prehistorische nederzettingen en oude rituelen nog steeds voelbaar zijn. Van hunebedden tot grafheuvels, elke plek vertelt een verhaal dat weerspiegelt in de ziel van dit land. Elke woensdag lees je op zo34.nl een stukje uit de geschiedenis maar op zijn website vind je nog veel meer!