Jan levert je historische streken: Coevorden

Een burger van Coevorden, een van de Drentse zieners bij een hoekhuis in de Sallandse straat, rokend aan een grote Goudse pijp. Foto: Eigen afbeelding

Coevorden
(oorspronkelijk gepubliceerd in 1878)

Tijdens mijn wandeling door de straten van Coevorden, die uitkomen op de markt, zocht ik de plek waar ooit het indrukwekkende Landshuis stond. Het was het huis van degene die toezicht hield op de vestingwerken, die nu grotendeels verwaarloosd zijn. Vroeger was dit huis het centrum van levendige gesprekken onder jongelieden die geïnteresseerd waren in wat er in de stad en in Drenthe gebeurde. Ze pakten vroeg de pen op om hun gedachten te delen, soms scherp of geestig, en durfden hun mening te uiten over wat er in het openbaar gebeurde of juist niet gebeurde.

Hier ontmoette men vrienden en denkers, midden in een openhartige familieomgeving. Gesprekken over stedelijke en landelijke zaken werden soms op papier gezet en via de pers verspreid, waardoor het stadje Coevorden ook buiten Drenthe bekendheid kreeg. Onder hen was kapitein J. Carsten, een nobele man die in moeilijke tijden veel betekende voor de bewoners van de vesting. Zijn nagedachtenis leeft bij de oudere inwoners van Coevorden nog altijd voort.

De Kerkstraat met zijn nette kerk en toren bracht herinneringen van een andere soort. In dat huis schreef A. L. Lesturgeon menige bladzijde, bewaard door de drukpers en gelezen door tijdgenoten, een blijvende bijdrage aan de Drentse letterkunde.

Hoewel het op de markt en in de straten nog stil was, zag ik in mijn verbeelding een krachtig figuur heen en weer lopen bij een hoekhuis in de Sallandse straat, rokend aan een grote Goudse pijp. Het was een burger van Coevorden, een van de Drentse “zieners”. Hij dacht serieus na over wat Drenthe kon worden en hoe het landschap, vooral in het zuiden en oosten van de provincie, een mooie toekomst kon krijgen.

Hij was niet alleen een denker, maar ook iemand die handen en voeten gaf aan zijn ideeën. Hij was zijn tijd vooruit, hield de ontwikkelingen in de omgeving in de gaten en keek vooral naar het noorden, westen en zuiden. Soms zal hij gedacht hebben: “Kon ik maar het begin van de 20e eeuw zien, met die uitgestrekte bruine vlakten vol verborgen kracht die groots zal worden.”

Hoewel hij niet alles heeft meegemaakt wat hij voorspeld had, heeft zijn geest bijgedragen aan de transformatie van het landschap. Zijn werk verdient erkenning, net zoals dat van anderen die veel deden voor het algemeen welzijn. Ook B. Dommers werd te vroeg weggenomen. Hij zag niet alles uitkomen wat hij had voorzien, maar zijn geest leeft voort in zijn zoon, die het werk van zijn vader voortzet en zo de naam eert van een man die visionair sprak over een toekomst waar velen van droomden, maar weinigen in geloofden.

Sprekend over de overgebleven oudheden in Drenthe, noemde Picardt de vele getuigen van de ijdelheid en vergankelijkheid van de wereld. Hij zei: “Het land Drenthe, ooit bekend om zijn vele gezegende eigenschappen en voorzieningen, was in vroeger tijden het meest begeerlijke land van alle omliggende streken. Maar tegenwoordig is het de kleinste, armste en minst ontwikkelde van alle Nederlandse provincies. Zo kunnen zelfs de rijkste en machtigste provincies, vol inwoners, handel en voorspoed en bezocht door vele buitenlandse reizigers, in verval raken. Orenths is daar een voorbeeld van, waar men alleen nog de sporen van vroegere voorspoed ziet, zoals God dat vroeger ook had geoordeeld in Nineve.”

“Uw voorspelling, Picardt, is uitgekomen,” sprak de heer Pan, de oude vader, in het Drentsche Volksalmanak van 1842, “want het rad van Fortuin is gedraaid. Veel zeehavens in Zeeland en Holland, die in uw tijd bloeiden van handel en rijkdom, zijn van hun hoge positie gevallen. Hun voorspoed en bedrijvige bevolking zijn verdwenen; de huizen van rijke handelaars en trotse burgervaders, inclusief de magazijnen waar schatten uit alle werelddelen werden bewaard, zijn door de sloophamer vernietigd. Gras en distels bedekken de verlaten straten. Maar voor het kleine en arme Drenthe is de tijd van opkomst en bloei aangebroken. De wonden die door eeuwenlange oorlogen zijn geslagen, zullen verdwijnen. Kanalen en de verdeling van marktegronden zullen landbouw, nijverheid en handel stimuleren. Heidevelden en veengronden zullen worden omgevormd tot vruchtbare akkers en bossen, en overal zullen nieuwe dorpen ontstaan. Drenthe zal de graanschuur van Nederland worden, zijn eikenbossen de steun voor de schapenhouderij, en misschien zal het ooit weer het meest begeerlijke land van alle omliggende provincies zijn.”

Van de kerk richtten we onze blik kort op de school, waar meester Clewits ons veel wilde leren — al hadden wij vaak weinig zin om te luisteren. Het was een filosoof, die, wanneer hij diep in gedachten verzonken was, de jongens soms vergat, die ondanks hun ondeugden niet vergeten hoefden te worden. Toch verlieten wij de school waarschijnlijk met evenveel wijsheid als men normaal gesproken aan jongens van 12 of 13 jaar kan toekennen — niet veel, maar wat kan er meer in een jongenskop?

Er werden toen al vele vraagstukken behandeld. Men vroeg zich altijd af: “Noem mij eens een dappere schoolmeester!” en antwoordde men met een luide stem: “Meindert van der Thijnen!” – en lachte daarbij, want men wist dat de oude heer zelf ook zou lachen.

Of Meindert van der Thijnen werkelijk op deze plek de jeugd onderwees, is twijfelachtig. In de kranten van de 18e eeuw wordt hij niet genoemd; pas in de 19e eeuw verschijnen verhalen over zijn daden. Was hij echt zo groot en invloedrijk als men later beweerde? We weten het niet zeker. Geschiedschrijvers als Wagenaar en Valckenier lieten het na een woord aan hem te wijden. Toch volg ik hier de voetsporen van Van Wijk Roelandszoon, Lesturgeon en J. van der Veen Az. en wijd een woord aan de nagedachtenis van deze schoolmeester-ingenieur, die kennis met moed zou hebben verbonden. Na zijn heroïsche werk werd hij eerst sergeant-majoor en daarna luitenant-magazijnmeester.

Zijn leven werd rustig, en dat was genoeg. Het enige dat we van hem weten, vinden we in een Amsterdamse Courant van 1702, waarin een advertentie verscheen: de Raad van State van de Verenigde Nederlanden kondigde op 29 oktober 1702 de openbare verkoop aan van een wind-watermolen bij Coevorden. Geïnteresseerden konden zich melden bij Meindert van der Thijnen, woonachtig ter plaatse, die hen verder kon informeren.

De school en het stadhuis staan hier naast elkaar — zoals het hoort.

Van de bank naar de stoel, een sprong die jaren van ontwikkeling en studie vraagt. Zo’n sprong wordt soms gemaakt zonder voorbereiding, en dat had niet moeten gebeuren, maar stad en land gingen toch verder. Er zijn altijd mensen die voor anderen meedenken en de moeite nemen om gezagsdragers bij de neus te nemen waar ze volgens hun oordeel moeten zijn. Zoals de assessor Rimpeling placht te zeggen: “Als er te veel wijzen in de Raad zitten, loopt de kerspelwagen scheef.”

Het archief van het stadhuis bevat nog vele documenten die waardevol zijn voor de geschiedenis van Drenthe. Als ik terugdenk aan eerdere jaren, zie ik in de secretarie de secretaris, een behulpzame dienaar van de gemeente, die altijd even bereidwillig en goedhartig zijn bijdrage bracht aan het sociale leven. De ouderen herinneren zich nog hoe hij zijn pijp liet roken tijdens discoursen, maar de snuifdoos nooit zagen — en met welk talent hij vanuit de nuts-cathedraal, de “ronde ton” zoals de heer J. M. Bergman dat noemde, de humoristische verzen van Immerzeel en Oosterwijk de Bruin voordroeg.

Meindert van der Thijnen: feit of verzinsel?
Waarom zwijgen de bronnen uit de 17e en 18e eeuw, terwijl hij pas in de 19e eeuw opduikt? Was hij een vergeten man, of een naam die later nodig bleek om het verhaal begrijpelijk te maken?

Lees hier meer: Jan levert je historische streken


Afbeelding met Menselijk gezicht, persoon, glimlach, VoorhoofdAutomatisch gegenereerde beschrijving

Mystieke Verhalen van Zuidoost-Drenthe

Een Reis Door de Tijd. De geschiedenis van Zuidoost-Drenthe reikt ver terug in de tijd. Jan Veenstra uit Coevorden neemt je mee naar de oorsprong van deze regio, waar sporen van prehistorische nederzettingen en oude rituelen nog steeds voelbaar zijn. Van hunebedden tot grafheuvels, elke plek vertelt een verhaal dat weerspiegelt in de ziel van dit land. Elke woensdag lees je op zo34.nl een stukje uit de geschiedenis maar op zijn website vind je nog veel meer!